Als je je werk goed doet, kom je dan in de hemel?

“Hoe dan ook, wij komen in ieder geval in de hemel.” Gelach. De grap werd goed opgepikt in dit gezelschap van leraren van ROC Friese Poort, een organisatie voor christelijk beroepsonderwijs. Dat ‘christelijk’ was eigenlijk uitgangspunt van een grote inspiratie dag in Leeuwarden: 1400 leraren dachten na over de toekomst van hun onderwijs. Ik mocht een aantal van hen vertellen over het gedachtegoed van René Gude. We spraken tijdens de nazit niet over salaris, wel over werkdruk. Die was hoog, oké, maar we komen wel in de hemel.
Afgelopen jaren heb ik ook in het onderwijs veel gesprekken gevoerd over de ideeën van Gude. Zo zei Margreeth Timmerman: “Mijn doel is anderen helpen, een kind op een volgend niveau krijgen. Hoe lastiger dat is, hoe groter de uitdaging.”

Nadenken over het doel van je werk hoort bij ambachtelijke zingeving. Het past bij het zinvolle, wat wij Z4 noemen. In het onderwijs en de zorg is van alles mis, maar werknemers in deze branche hoeven zelden lang na te denken over het doel van hun werk: anderen helpen. En niemand die twijfelt aan het belang daarvan. Dat is wel anders in de bancaire sector, waar sommige werknemers op feestjes niet meer durven te vertellen waar ze werken. Waarom niet? Omdat ze zijn gaan twijfelen aan het belang, het doel van hun werk. Het is ‘soul destroing’ zoals bankiers tegen Joris Luijendijk zeiden.

Waar komt dat belang van een doel vandaan, vroeg ik me een paar dagen na deze inspiratie dag in Leeuwarden af, zeker in een tijd waarin de hemel toch wat naar beneden is komen vallen.

De Tsjechische econoom en voormalig adviseur van Vaclav Havel Tomás Sedlácek schrijft er over in De economie van goed en kwaad. Sedlácek onderneemt in dit magistrale boek een zoektocht naar economische zingeving van Gilgamesj tot Wall Street. Tot de aanjagers van ons denken over economie behoren volgens Sedlácek zeker de Hebreeërs. “Een van de dingen die het Oude Testament de mensheid heeft gegeven, is de idee en notie van de vooruitgang. In de verhalen uit het Oude Testament zit ontwikkeling; ze veranderen de geschiedenis van het Joodse volk en grijpen in elkaar.”

Het idee van een lineair tijdsverloop was destijds nieuw. In bijvoorbeeld het Gilgamesj epos, het oudste op schrift gestelde verhaal dat wij kennen, is het tijdsverloop volkomen cyclisch, de cultuur ontwikkelt zich niet in een bepaalde richting, heeft geen doel, net zo min als de natuur dat heeft.

Wat is het belangrijkste verschil tussen een lineair en cyclisch tijdsverloop? Tomás Sedlácek: “Als de geschiedenis zowel een begin heeft als een eind, en die twee zijn niet één en hetzelfde punt in de tijd, dan heeft het plotseling zin om zich in activiteiten te begeven die pas voor volgende generaties vruchten zullen opleveren.”

De ‘zin’ waar Sedlácek hier over spreekt, betekent zinvol, het werken heeft een doel om je ervoor in te zetten. En als je je werk goed doet, kom je dan in de hemel? Niet in het Joodse denken, in het Oude Testament is geen concept van een hemel uitgewerkt. Daarvoor was het wachten op het christelijke denken uit het Nieuwe Testament, dat zich weliswaar op het Joodse denken baseerde maar een geheel eigen weg ging.

Het bestaan van een hemel als een hiernamaals wordt tegenwoordig sterk betwijfeld, maar dat betekent niet dat het lineaire denken dat we aan het Jodendom te danken hebben daarmee gelijk op de schop gaat. In tegendeel, het zit diep in ons verankerd. In zijn boek ‘Dit kan niet waar zijn’ van Joris Luyendijk zeggen bankiers dat hun handelwijze ‘soul-destroying’: het vernietigt hun ziel.

Z4 Zinvol

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.