Baggeraar

Marco Koopmans; ‘Op de bruggen ziet het vaak zwart van de mensen’

“Vanmorgen om zes uur zijn we bij dit rak in de Amsterdamse Prinsengracht begonnen. Omdat de stremming van de gracht om 13 uur vervalt, startten we hier wat vroeger dan gewoonlijk. De bewoners van de arken hebben een paar weken geleden een brief ontvangen waarin de gemeente schrijft dat hun woonboot een dag versleept moet worden. Ik probeer altijd een vertrouwensband met de bewoners op te bouwen, ze vertrouwen wel hun huis aan jou toe.

Dat was net geen punt. Toen we aankwamen, stapte de eigenaar met een broodje in zijn hand de deur uit. Kon hij eens mooi op tijd op z’n werk zijn. We hebben de boot ontkoppeld – riolering, gas, elektra, alles moet er af – en het ding naar de overkant van de gracht versleept.

Als voorman ben ik verantwoordelijk voor het werk. Ik zit meestal op de kraan. Mijn maat, met wie ik altijd samenwerk, staat in de stuurhut en vaart de boot naar de plaats waar we moeten baggeren. Tijdens het baggeren bestuurt hij de boot.

Voor ik begin peil ik de diepte. De peilstok is zo oud als het baggeren zelf. Ik gebruik hem altijd, de peilstok liegt nooit.

De kademuur is in orde. Daar kijk ik even naar voor ik begin. Ik bagger in een groot museum, dat is wat anders dan baggeren in een weiland. Loopt er een scheur in een kademuur, dan bestaat de kans dat de muur tijdens het baggeren in elkaar zakt.

Ik bedien de joysticks van de kraan. Om de knijper de bagger goed te laten ophalen, laat ik de kraan zakken, knikken, zwenken. Die drie handelingen voer ik tegelijk uit. Ben ik op de juiste plaats, dan knijp ik, haal de knijper omhoog en laat de bagger in een beunbak vallen. Omdat de bagger uit de gracht verontreinigd is, voeren we die straks af naar een bedrijf dat het verwerkt.

Altijd weer spannend wat je uit het water haalt: winkelwagentjes, fietsen, scooters, ijskasten, resten van Koninginnedag, kettingen van de gayparade. Tijdens het baggeren zien de bruggen vaak zwart van de mensen. Ons werk is iedere dag een optreden.

Vlak voor ik knijp, haal ik de knijper iets omhoog, anders help ik de bodemstructuur naar z’n mallemoer. De bodem van de gracht loopt schuin af, wij houden het talud in ere.

Omdat het moeilijk te zien is waar ik al geweest ben, verdeel ik het gebied dat ik moet baggeren in vakken. Aan de stand van de kraan op de boot zie ik welk vak klaar is en welk nog gedaan moet worden. Twijfel ik, dan haal ik de knijper een keer extra omhoog. Alleen water? Oh, al geweest.

Bijna klaar. Met de peilstok loop ik nog even de diepte na. De gracht is mooi op diepte: 2 meter 80 aan de kant van de vaargeul, en zeventig centimeter onder de wal.

We kunnen de ark terugleggen. Dan zie je pas hoe mooi opgeruimd de gracht nu is.”

Buiten

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.