Balkman

John van Schijndel; ‘Hoe beter de voorbereiding, hoe mooier de weg’

“Als balkman sta je achterop de balk, die aan de trekker is gemonteerd, de machine die de d.a.b.-deklaag aanbrengt. Dit is de laatste laag asfalt, daarna zit de reconstructie van deze weg erop.

Bij zo’n reconstructie frezen we eerst het oude asfalt eraf. Dan zetten de stratenmakers er nieuwe goten, banden en kolken in; nu de stoepranden, de trottoirs en de putten gemaakt zijn, is het onze beurt.

Vanmorgen heeft de kleefwagen een hechtlaag over het gefreesde asfalt gespoten. Vervolgens zijn we ‘stap’ gaan draaien. Dat is de onderlaag, waar meer grove stenen in zitten dan in de deklaag. Moeten we de hele weg ophogen – dat was hier niet nodig – dan beginnen we met profileren, dan leggen we een laag gebroken puin op het oppervlak.

Er zijn tegenwoordig wel honderd soorten asfalt. Heel wat anders dan toen ik begon, toen had je er niet meer dan vijf.

Achtentwintig jaar geleden ben ik de wegenbouw ingegaan. Door mijn broer, die nam me een keer mee. Van deze achtentwintig jaar ben ik achttien jaar asfalt-afwerker geweest. Daarna ben ik gestart als balkman.

Ik stel de balk in. Dit klinkt simpel maar de balk is een complex onderdeel van de machine waarmee je de dosering en de dikte van de asfaltlaag regelt. Hier draaien we nu vier centimeter. Het is een kwestie van goed blijven opletten en vooruitkijken. Kijk, daar verderop, daar zie je wat hoogteverschil in de weg. Geen gaten, maar ik moet de balk daar wel wat hoger stellen, zodat er op die plekken vijf of zes centimeter asfalt onder de balk doorstroomt.

Vandaag gaat het goed, hier laten we straks een mooi stukje weg achter. Gisteren hadden we een rotstuk. Vaak is het: ‘hoe beter de voorbereiding, hoe mooier de weg.’ We stuitten daar op een gegeven moment op een gat bij een bruggetje, dat ze met gebroken puin hadden moeten dichten. Dit was in de voorbereiding niet gebeurd. Nu moest de balk op twintig centimeter worden afgesteld, om dat gat helemaal te vullen. En het asfalt was ook half afgekoeld, waardoor het stugger te verwerken is, wat een minder mooi resultaat oplevert.

De balkman is een soort voorman van de ploeg. Hij bepaalt waar we beginnen, hoe we draaien. Ik ben eigenlijk niet iemand die graag voorop loopt, ik houd niet van commanderen, ik volg liever. Balkman zijn heeft ook z’n voordelen, ondanks mijn reuma kan ik aan het werk blijven omdat werken op de balk lichamelijk niet zo intensief is.

Het asfalt ligt er nu in. Hoewel mijn taak als balkman er nu op zit, pak ik een schep, ga mijn maten helpen met de afwerking. Deze laatste stap vind ik nog steeds het leukste werk: er met een hark en spade voor zorgen dat alle hoeken en gaten mooi dicht liggen, zodat we een mooi stukje glad werk afleveren.”

Bouw, Buiten

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.