Vanaf zijn benoeming tot Denker des Vaderlands, in mei 2013, tot aan zijn dood in maart 2015 interviewde ik, Peter Henk Steenhuis, René Gude bijna wekelijks voor dagblad Trouw.

De eerste keer dat ik Gude hoorde spreken over ‘zingeven’ was op 18 december 2013 toen hij in het Amsterdamse debatcentrum De Balie met de Belgische psychoanalyticus Paul Verhaeghe over het onderwerp depressie sprak. Uitgangspunt was dat deze ziekte binnen tien jaar volksziekte nummer één zal zijn. Verhaeghe stelde die avond dat stress de voornaamste veroorzaker is van psychische problemen. En werk, zo voegde hij eraan toe, is bij ons de grootste veroorzaker van stress.

Interessant is dat Verhaeghe, bekend van zijn bestseller Identiteit, zei dat deze stress geen psychologisch probleem is waar je individuen vanaf kunt helpen, maar een maatschappelijk probleem. Het gaat hierbij om de vraag hoe wij, samen, onze werkomgeving, met alles erop en eraan, hebben ingericht. Gude stelde die avond dat het probleem waar Verhaeghe over praatte een zingevingprobleem is. Gude: ‘Als een samenleving, zelfs van mensen die het goed met elkaar voor hebben, niet als vanzelf een bestemming vindt, dan dienen zin, betekenis en doel collectief ter hand genomen te worden.’

Dat zingeving een zweverig begrip is dat naar spruitjes ruikt, is geen excuus. ‘We moeten dit probleem vanwege z’n vaagheid niet onder het tapijt wegmoffelen, maar het benoemen en concretiseren.’

Om het concreet te houden, vroeg ik Gude tijdens ons eerste gesprek over zingeving een stapje terug te doen. Wat is dat eigenlijk, zin? Gude antwoordde: ‘Zin is de gemoedstoestand waarin je bent als je zinnen geprikkeld zijn, je zintuigen het schone waarnemen, je volzinnen betekenis hebben en je louter zinvolle doelen voor ogen hebt.’

Nadat hij deze definitie had uitgesproken, begon hij te lachen. Over deze best wel complexe definitie hebben we gesproken. Ook over hoe we die zin kunnen terugvinden, onder andere in ons werk. Zodoende vormen Gudes ideeën over ‘Zin’ het fundament van kenniscentrum Zinverzetten!.

Wat me onmiddellijk opviel aan Gudes definitie van zin, was dat die uit vier delen bestond. Gude onderscheidt vier soorten zin. Eén: ‘Zin is de gemoedstoestand waarin je bent als je zinnen geprikkeld zijn (…).’ Dit is de lijfelijke, fysieke kant van zingeving; Gude noemde dit ook wel het lekkere, of het lustvolle. Twee: ‘(…)je zintuigen het schone waarnemen, (…).’ Dit is de zintuiglijke, esthetische kant van zingeving, die we vooral bij de kunst vinden. Drie: ‘(…) je volzinnen betekenis hebben (…).’ Dit is de rationele kant van zingeving. In het leven ervaren we zin op een meer begripsmatig niveau, als je helder en concreet kunt verwoorden wat je doet. Vier: ‘(…) en je louter zinvolle doelen voor ogen hebt.’ Dit is de motiverende kant van zingeving. Het betekent bij Gude dat je achter de doelen van je leven staat.

Toen ‘zin’ in vieren was opgedeeld, kreeg ik het gevoel dat Gude iets op het spoor was. Het was nog broos, maar alleen al zijn definitie van ‘zin’ was met deze uitleg veel concreter dan de meeste stukken die ik in boeken en kranten over zingeving had gelezen. Sterker nog, terwijl hij zo hardop aan het denken was, begon ik mij te schamen: als neerlandicus had ik natuurlijk zelf ook wel eens een poging kunnen wagen dit telkens terugkerende begrip te ontleden. Ik ging een stap verder. Die vier betekenissen van zin, wat doe je daarmee? Of misschien beter: wat moet je ermee?

Zin leek volgens Gude vroeger vooral voorbehouden aan de religie, die je strikt genomen ‘zin-krijging’ zou moeten noemen. Wij mensen kregen de zin van ons bestaan ooit van boven aangereikt. In onze geseculariseerde samenleving is zin voor velen van ons iets geworden wat je zelf moet maken. Zingeving is zinmaking geworden, en de activiteit zingeven is dus zinmaken.

We maken ‘zin’, zei Gude, in vier verschillende leefsferen, de vier P’s. De eerste is de Privésfeer met vrienden, familie en het gezin, waar belangeloosheid centraal staat. Dan de commerciële sfeer, waarin via een contract de prestaties en beloning zakelijk geregeld zijn. Deze sfeer noemt Gude de Private sfeer. De derde is de maatschappelijke, Publieke sfeer, waar je vrijwillig projecten kunt starten met mensen en voor mensen die je helemaal niet kent. En ten slotte is er nog de Politieke sfeer, de grootste van alle vier die alle Nederlanders omvat, alleen al omdat ze in onze democratie mogen stemmen, en waarin je zo actief kunt worden als je zelf wilt.

Naast de vier Z-ten (Zinnelijk, Zintuiglijk, Zinrijk en Zinvol) hebben we nu uit het schema van Gude de vier P’s toegelicht: Privé, Privaat, Publiek en Politiek. Nu de definitie en domeinen zijn verhelderd, rest de vraag waar die Z-ten op gebaseerd zijn. ‘Op onze vermogens’, antwoordde Gude. ‘Iedereen heeft begeerten, doet waarnemingen, vormt begrippen en heeft doelstellingen.’

Die begeerten, legde hij uit, houden verband met het lekkere, het zinnelijke; de waarnemingen met het zintuiglijke; het vormen van begrippen met het zinrijke; terwijl onze doelstellingen te maken hebben met het zinvolle. Bij zingeving gebruiken we zodoende al onze vier vermogens. Stel: je hebt geen donder zin. Wat doe je dan? Dan moet je je vermogen om zin te maken gaan trainen. Maar hoe?

Volgens Gude hebben we daar eigenlijk al millennia lang oefenprogramma’s voor. Gude onderscheidt er – u raadt het al – vier: sport, religie, filosofie als moeder van de wetenschap, en kunst. Deze oefenprogramma’s zijn sinds de klassieke oudheid traditioneel kernonderdelen van het menselijk vormingswerk, de bildungspraktijk. Zoals je naar een sportschool gaat om afzonderlijke spiergroepen te trainen, zodat je later, weer buiten, je hele lijf beter kunt gebruiken, zo kun je in de oefenprogramma’s specifieke deugden trainen die je in het leven van alledag van pas komen.

Filosofie kan ons van dienst zijn bij het controleren van onze denkbeelden en bij het ontzenuwen van de oordelen en vooroordelen die ermee gepaard gaan. Bij sport trainen we aspecten als doorzettingsvermogen, incasseringsvermogen en hardheid, en je leert er waardig winnen of verliezen. Kunst is een gedisciplineerde oefening van het voorstellingsvermogen, het vermogen om voorstellingen te maken van bestaande en niet-bestaande zaken, zonder er meteen een morele of verstandelijke oproep bij te plaatsen. En religie staat ons bijvoorbeeld bij in tijden van treurnis.

Dit is een eerste verkenning van het schema van Gude. Zo uitgebreid is dat nu ook weer niet. ‘Het is ongelofelijk moeilijk om een zinvol leven vorm te geven, maar het is niet oneindig gecompliceerd. Als je leven prettig aanvoelt, het er aardig uitziet, je begrijpt waar het over gaat en je de doelstelling onderschrijft, dan ben je een heel eind.’, zei Gude. En dat geldt ook voor zin in je werk.

In de loop van 2013-2015 werd Gude steeds bekender, zijn optredens bij De Wereld Draait Door waren even ontroerend als spraakmakend. Hij werd helaas ook steeds zieker. Op een dag besloot hij niet langer in het openbaar op te treden, hij vertrouwde zijn gemoed en zijn stem niet meer. Dat betekende geenszins dat hij stopte met werken. Integendeel. Ik heb nog nooit iemand zo hard zien werken als René Gude tijdens de laatste maanden van zijn leven. We werkten aan ons project en uiteindelijk het boek over kunst en zin, Door het woord - Door het beeld, en onze gesprekken stelden hem in staat zijn gedachtes over ‘humeurmanagement’, ‘ambachtelijk zin geven’ en het begrip ‘zin’ te ordenen en te concretiseren. Want Gude werkte aan een alles verhelderend schema, dat telkens veranderde omdat het nog niet helder genoeg bleek. ‘We moeten beter ons best doen’, zei hij dan.

We waren van plan dit ambachtelijk zingeven gezamenlijk op het leven en het werk los te laten. Om burn-out te bestrijden en de zin te vergroten. Het kwam er niet van, Gude overleed op 13 maart 2015.

De ideeën bleven liggen tot 2016. Inmiddels zijn er boeken verschenen, er is een Z-test, een spel en er zijn vele lezingen, workshops en projecten volbracht. René zou al deze ontwikkelingen prachtig hebben gevonden. ‘Henkie,’ zou hij met een knipoog roepen, ‘geile bende!’

Peter Henk Steenhuis

BroN

Leren luisteren met andere oren

Leren luisteren met andere oren

“We moeten op zoek naar een nieuwe taal,” zei Mariëtte Hamer, voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER) begin 2018 op een bijeenkomst over werkgelegenheid en integratie. Die nieuwe taal zou nodig zijn, omdat onze huidige taal een financiële taal aan het worden is die onze solidariteit ondermijnt.

Naar Noorderzon 22 aug

Naar Noorderzon 22 aug

Een avond over luisteren, geïnspireerd door voormalig Denker des Vaderlands René Gude. ‘Zin’ is Zinnelijk, Zintuiglijk, Zinrijk en Zinvol, aldus Gude. Begrippen die van toepassing zijn op ons leven, ons werk én op muziek.

Podcasts en Docu’s op de Trouw app

Podcasts en Docu’s op de Trouw app

Afgelopen weken zijn er, ter promotie van de Trouw app, een aantal documentaries gemaakt met gepassioneerde Trouw medewerkers, waaronder Peter-Henk Steenhuis. Henk vertelt hier hoe Lotte Driessen hem op verschillende manieren inspireerd. “Zin kun je maken en daar ga ik morgen mee aan de slag”.

Zin verZettend, inzicht gevend

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.