De zieke zorg heeft behoefte aan een goede bril

‘De zieke zorg heeft behoefte aan een fluwelen handschoen,’ kopte Trouw vanochtend. De krant onderzocht het stijgende ziekteverzuim in de zorgsector. Regeldruk en personeelsschaarste zouden de oorzaak zijn. Om die aan te pakken is ander leiderschap nodig. Zorgeconoom Guus Schrijvers wil een ‘fluwelen revolutie’ van “dienende leiders die geen eisen stellen maar het zorgpersoneel vragen: Wat hebben jullie nodig?”

Met die vraag in de hand maakte Trouw een mooie rondgang langs zorginstellingen. Bij de Frankelandgroep in Schiedam structureren ze de werkzaamheden. Hoofd personeel en organisatie Marianne Tulp: “Wie bijvoorbeeld medicijnen uitdeelt, heeft een hesje aan. Wie het hesje draagt mag niet gestoord worden. Zo kan iemand rustig zijn taak uitvoeren en dat vermindert de werkstress.” Ook organiseren ze activiteiten die de medewerkers fit houden: yoga, hardlopen, zwemmen en tennis. Binnenkort Zumbalessen. Het Friese ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten pakt het anders aan: zij voeren regelmatig gesprekken met medewerkers. De rondgang van Trouw maakt duidelijk dat het de instellingen ernst is om het verzuim te laten dalen. Terecht, Trouw concludeert dat “wie 2013 als uitgangsjaar neemt en sinds die tijd alle hoger uitgevallen kosten bij elkaar optelt, ziet dat ongeveer anderhalf miljard euro extra uit de zorg is gelekt.”

‘Nederland is ziek,’ zei Ruud Lubbers in 1990. Als we niet oppassen is Nederland binnenkort weer ziek. Voormalig Denker des Vaderlands, René Gude, en psychoanalyticus Paul Verhaeghe waarschuwden hier een paar jaar geleden al voor. Zij spraken op 18 december 2013 in debatcentrum De Balie over depressie en burn-out. Uitgangspunt was dat deze psychische klachten binnen tien jaar volksziekte nummer één zouden zijn. Verhaeghe stelde die avond dat stress de voornaamste veroorzaker is van psychische problemen. En werk, zo voegde hij eraan toe, is bij ons de grootste veroorzaker van stress.

Interessant is dat Verhaeghe – bekend van zijn bestseller ‘Identiteit’ – zei dat deze stress geen psychologisch probleem is waar je individuen vanaf kunt helpen, maar een maatschappelijk probleem. Het gaat hierbij om de vraag hoe wij, collectief, onze werkomgeving, met alles erop en eraan, hebben ingericht. Gude noemde dat probleem toen voor het eerst een zingevingsprobleem. “Als een samenleving, zelfs van mensen die het goed met elkaar voor hebben, niet als vanzelf een bestemming vindt, dan dienen zin, betekenis en doel collectief ter hand genomen te worden.”

Gude sprak hierbij graag over ‘humeurmanagement’ en ‘ambachtelijke zingeving’. Dat was iets wat jezelf actief mee aan de slag kan. Om dat te kunnen, moet je weten wat het begrip ‘zin’ inhoudt. Gude onderscheidde vier betekenissen. De eerste noemt hij het zinnelijke, het lekkere, het lijfelijke aspect, het lustvolle. De tweede noemt Gude het zintuiglijke, het esthetische. De derde het zinrijke. Gude: ‘We ervaren zin, doordat we volzinnen maken, in staat zijn te verwoorden wat we beleven, ervaren, maken, doen. Dit is de meest letterlijke vorm van zingeving door betekenisgeving.’ Als laatste onderscheidt Gude het zinvolle, dat je bijvoorbeeld achter de doelstelling staat van de onderneming of de organisatie waar je werkt.

Deze onderscheiding werkt als een soort bril. Als je geen zin meer hebt in je werk, kun je deze verschillende betekenissen van ‘zin’ langslopen. Het hesje bij de Frankelandgroep sluit aan bij de derde betekenis van zin: het zinrijke, waarbij je nadenkt over de taken die je moet uitvoeren. En de Zumbalessen zijn absoluut een voorbeeld van het zinnelijke, het lekkere.

De voorbeelden die Trouw noemt, passen allemaal binnen de betekenissen van zin zoals Gude ze definieerde. Betekent dit dat de instellingen het goed doen? Zien we hier de ‘dienende leiders’ die het personeel vragen: ‘Wat hebben jullie nodig?’ Dat is de vraag: hoe weet je wie waar behoefte aan heeft? Wie gaat die Zumbalessen volgen? De werknemer die zich dagelijks futloos naar het werk sleept of de werknemer die al allerlei sportiefs onderneemt? Vraag het de organisatoren van programma’s om jeugd aan het bewegen te krijgen en je kent het antwoord: kinderen die al vijf keer in de week trainen, gaan ook nog zaalvoetballen als dat door de gemeente wordt aangeboden; het obese kind wordt daar niet gezien.

Het is schieten met hagel, al deze maatregelen. De zorg heeft meer baat bij een goede bril om te achterhalen wie waar behoefte aan heeft. De een aan een hesje om de regeldruk te verminderen, de ander aan een goed eetpatroon, de volgende aan Zumbadansen, weer iemand anders aan gesprekken met een therapeut om over de zinvolheid van zijn leven na te denken. Een dergelijke bril kan in beeld brengen waar de fluwelen revolutie uit zou moeten bestaan. En voor wie. En hoe die vorm kan krijgen. Dat is iets anders dan de zorg met fluwelen handschoentjes aanpakken. Want zachte heelmeesters maken stinkende wonden, en in de zorg weten ze hoe beroerd die helen.

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.