Groentekweker

Wim Bijma; ‘Blij als ik kan oogsten? Nee. Oogsten is snijden.’

“Vanochtend heb ik eerst twintig minuten over de tuin gelopen, 340 meter heen en weer, om de veranderingen te zien. Alles gebeurt ‘s nachts. Vanmorgen zag ik de eerste Bull’s Blood, een speciale biet met vuurrood blad. Ik teel negen soorten kroten, maar deze teel ik alleen voor de salade. Daarom zaai ik ze dik, de plant heeft nauwelijks ruimte om onder de grond een biet te vormen. Alle kracht gaat naar het blad. Vanaf nu worden de bladeren elke ochtend groter, totdat ik ze over zes weken moet oogsten.

Op de kleuterschool had ik het al met school gehad. Rond mijn dertiende ging ik naar de tuinbouwschool: drie dagen school, drie dagen werken. Moest ik uit mijn hoofd leren wat er in zakjes kunstmest zat. Zinloos vond ik dat, het staat er toch op?

Ik teel organisch, zonder kunstmest. Bacteriën en warmte zorgen ervoor dat de stikstof uit de meststoffen die ik gebruik langzaam vrijkomt. Daardoor groeien de gewassen langzaam – één reden dat alles hier intens smaakt. Smaak heeft ook veel te maken met de grond, we telen op een uitgeveende polder. Er is hier miljoenen jaren moeras geweest. In deze bodem leeft van alles, schimmels – goede en kwade – aaltjes, die ook weer roofaaltjes aantrekken. Dat houdt elkaar mooi in evenwicht.

Ik lever aan toprestaurants. Het mooie is dat ik een eerlijke prijs voor mijn groentes kan krijgen. Bij mij kosten de tomaten meer dan in de winkel. Maar je krijgt er geen drie achter elkaar op, veel smaak verzadigt sneller. Op mijn tuin komen vrij veel koks, ze nemen hun leerlingen mee, die hier leren hoe de seizoenen in elkaar zitten. In Amsterdam stemt een restaurant zijn menu af op wat ik teel. Bellen ze: ‘Wanneer zijn er sperziebonen?’ Half juli. Kunnen ze er rekening mee houden.

Nu moet ik oogsten. Daar heb ik een hekel aan. Maar ’t moet, en het moet ’s ochtends. Dan hebben de planten hun energie nog. Van de nacht, van de dauw. Overdag zorgt de zon ervoor dat de planten veel vocht moeten verdampen, waardoor ze slap gaan hangen. Vandaag moet de rucola, een tere groente.

Het mooiste werk is het land klaarmaken, het zaaien, poten. Daar ga ik vanmiddag mee verder. Ik draag daarbij altijd klompen met plankjes eronder, om de grond niet te pletten, anders krijg je kuilen met ingeklonken aarde waar de regen in blijft staan. Je begint met een stuk zwarte grond, en na een paar uur zie je zo goed wat je gedaan hebt. Daar geniet ik nog steeds van, ook al doe ik dit werk al meer dan vijftig jaar.

Mijn collega’s zijn blij als ze kunnen oogsten, ik niet. Oogsten is snijden. Het is overdreven te zeggen dat ik daar pijn van in mijn hoofd krijg. Maar na het oogsten is mijn vergezicht weg, dan heb ik mijn schilderij vernield.”

Ambacht, Buiten

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.