Het woord is vlees geworden – dat geldt ook voor burn-out

‘Mijn geest,’ zei een man van in de zestig, ‘was sterker dan mijn lichaam.’ Andere aanwezigen tijdens een bijeenkomst over burn-out knikten instemmend. Ja, daar kwam het eigenlijk op neer, ze hadden hart voor de zaak, konden geen nee zeggen, gingen door terwijl het lichaam protesteerde. Deze algemene instemming sluit aan bij de jongste onderzoeken over burn-out: het zijn niet de werknemers die de kantjes eraf lopen die getroffen worden door burn-out maar de beste, degenen met de hoogste arbeidsmoraal.

Tijdens deze bijeenkomst waren de zingevingscategorieën van René Gude ter sprake gekomen. De aanwezigen leken uitstekend te kunnen formuleren wat er aan de hand was, met het zinrijke, Z3, scheen weinig mis. Ook konden ze prima verwoorden wat hun doelen waren, of de doelen van het bedrijf, die trouwens lang niet altijd bij hun innerlijke drijfveren aansloten. Die doelen schaarde Gude onder het zinvolle, Z4. Die doelen waren misschien wel een probleem maar geen taboe.

Alleen dat lichamelijke, het lijfelijke, wat wij afgelopen jaren het zinnelijke zijn gaan noemen, Z1, dat was lastig. Want: ‘Mijn geest was sterker dan mijn lichaam.’ Het zinnetje bleef hangen. Niet omdat het zo origineel was, integendeel, juist omdat het zo algemeen geaccepteerd is. Is het daarmee ook waar?

De uitspraak deed mij in de verte denken aan een zin die in mijn jeugd een belangrijke rol speelde: ‘het Woord is vlees geworden’ – een verwijzing naar de Bijbel, om precies te zijn naar Johannes 1:14. De Bijbelse woorden zouden vlees geworden zijn in de persoon van Jezus van Nazareth.

Wat heeft burn-out met Jezus van Nazareth van doen? Waarschijnlijk weinig, maar het gaat me hier om de metaforische functie van de taal: uit dat Bijbelverhaal komt naar voren dat taal werkelijkheid kan maken. In het Hebreeuws betekent dabar ‘woord’ en ‘daad’ tegelijk.

Iets vergelijkbaars gebeurt ook bij het gesprek over burn-out. Het gaat mij hier nu om het woord ‘sterker’. Waarom gebruikt deze man het woord ‘sterker’ als hij over zijn geest praat? Wat de man bedoelt, is duidelijk: de geest had zo veel macht over het lichaam, dat deze in staat was dit lichaam te slopen.

Laten we de zaak eens omdraaien: het lichaam is nu even degene of datgene wat de geest in zijn macht heeft. Kan dat ook? Ja, de obesitasepidemie is hier een gevolg van: wij zijn bijvoorbeeld slaaf van onze maag. Zeggen we dan: het lichaam is sterker dan de geest? Integendeel, dan zeggen we vergoelijkend: ach, de geest is wel gewillig maar het lichaam is zwak – eveneens een verwijzing naar de Bijbel: vlak voor Jezus van Nazareth gevangen wordt genomen, gaat hij bidden. Als hij terugkomt, ziet hij zijn discipelen in slaap liggen. Konden jullie niet een uurtje wakker blijven? Hij vraagt zijn leerlingen dan: ‘Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.’

Vreemd: als de geest de baas is over het lichaam, wordt die geest ‘sterk’ genoemd, en sterk zien we dan als een positief begrip; is dat lichaam de baas over de geest, dan wordt dat lichaam ‘zwak’ genoemd, en zwak is dan een negatief begrip.

Dit is vreemd en onlogisch, maar typerend voor onze cultuur: het idee dat onze geest ‘sterk’ is en ons lichaam ‘zwak’ is zo algemeen gangbaar geworden dat ze onze werkelijkheid is gaan bepalen. De woorden ‘sterk’ en ‘zwak’ maken de werkelijkheid van degene die aan burn-out lijden. Het woord ‘sterk’ is vleesgeworden in deze zaal met mensen die te kampen hebben met burn-out – en stiekem hechten ze aan dat ‘sterk’ nog steeds een positieve waarde.

We zullen pas iets aan de burn-outepidemie kunnen veranderen als we leren inzien dat onze cultuur nog steeds doordesemd is van deze anti-lichamelijke Bijbelse opvattingen – die op hun beurt vaak weer worden toegeschreven aan Plato, maar die had toch wat minder invloed op onze cultuur.

Deze nog steeds heersende, naar mijn idee funeste opvatting verklaart ook waarom dat zinnelijke, dat lijfelijke, dat lichamelijke in het bedrijfsleven zo lastig aan bod kan komen, zo gevaarlijk gevonden wordt: het bedreigt namelijk onze visie en interpretatie van de werkelijkheid.

Woorden worden vlees, worden werkelijkheid. Pas als al die mannen en vrouwen die praten over burn-out hun opvattingen over ‘sterk’ en over ‘zwak’ bijstellen, kunnen we iets aan hun toestand veranderen. Die geest was helemaal niet sterk, dat lichaam was niet zwak. Die geest was een dictator die hun lichaam onder de knoet hield, net zo lang tot hun oersterke lichamen knakten.

Z1 zinnelijk

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.