Ik ben op zoek naar een ‘pleeg’ met passie

Gesprek met bedrijfskundige Marijke Horstink

De gezondheidszorg was voor Horstink niet nieuw. Bij PricewaterhouseCoopers werkte ze als organisatieadviseur in de zorg. Maar omdat ze daar vooral advies mocht geven en weinig daadwerkelijk kon veranderen, koos ze na een jaar of zeven voor een managementbaan bij ABN-AMRO. ‘Daar begon mijn ondernemersbloed te kriebelen.’ Drie maanden na haar ontslag uit het ziekenhuis zegde ze haar baan op. ‘Ik wilde een hip bedrijf opzetten in de gezondheidszorg, met een vrolijke uitstraling, waarbij veel aandacht is voor de ontwikkeling van mensen. Ik gaf mijzelf een jaar, als ik dan nog geen geld verdiende was ik waarschijnlijk toch geen ondernemer.’

Toen ze in Rusland aan het werk was, kreeg bedrijfskundige Marijke Horstink op een dag blindedarmontsteking. Ze wilde niet in haar eentje in een ziekenhuis in Moskou terechtkomen, met een ‘paar chagrijnige Russen boven mijn hoofd’ en is onmiddellijk teruggevlogen naar Nederland. Aangekomen bij het VUMC in Amsterdam bleek de ontsteking te ernstig om direct geopereerd te kunnen worden. Horstink lag een week aan een antibiotica-infuus. ‘Er liepen allerlei verpleegkundigen om me heen, geen vraag was hen te veel. Wat een mooi beroep, dacht ik. En toch las ik in de krant geregeld dat ze ontevreden waren over werkomstandigheden, werkdruk, salaris, waardering. En er waren ook nog eens enorme tekorten. Daar, in dat ziekenhuisbed, ben ik op het idee van een uitzendbureau voor verpleegkundigen gekomen.’

Na een avond brainstormen met een vriendin bleek de naam snel gevonden: HappyNurse. ‘Die naam straalt vrolijkheid uit, en iedereen begrijpt precies waarover het gaat.’

Aandacht voor de ontwikkeling van mensen, zeg je. Hoe bied je die?

‘Allereerst door gesprekken aan te gaan. Als mensen voor ons willen komen werken, probeer ik in een gesprek de drijfveer te achterhalen waarom iemand verpleegster wil worden. Wat wil je bereiken met het werk dat je doet?’

Weten mensen dat?

‘Nee, vaak niet. Ik help ze erbij door vragen te stellen. Bijvoorbeeld: “Waar heb je nou het meeste zin in?”’

Ook dat lijkt me nog geen makkelijke vraag.

‘Nee. Er volgt dan een gedachteproces waar ik ze bij moet helpen. Niet iedereen kan duiden waar hij of zij zin in heeft, maar vaak kunnen ze me wel vertellen waar ze zich lekker bij voelen, en waarbij ze zich niet lekker voelen. Ik geef een paar voorbeelden: de een vindt het prettig een vast team om zich heen te hebben, collega’s te hebben die ze elke dag zien. Dan zijn we snel klaar, bij ons werk je telkens ergens anders. Dat zeg ik dan ook eerlijk: waarschijnlijk ben je bij ons niet aan het juiste adres, maar we helpen je een goede werkkring te vinden. De ander huivert bij het idee van een vaste werkkring: “Al dat geroddel in koffiekamers.” Voor weer anderen is het een droom met kinderen te mogen werken; zelf kan ik van jongs af aan geëmotioneerd raken wanneer ik op straat een oud iemand tegenkom.

“Niet iedereen kan duiden waar hij of zij zin in heeft, maar vaak kunnen ze me wel vertellen waar ze zich lekker bij voelen”

Op basis van de antwoorden waar mensen zich lekker voelen of niet – dat zijn fysieke reacties – kom ik tot een voorstel voor een werkplek. Iemand die zich van nature lekker voelt bij oudere mensen zou wellicht in de terminale zorg op haar plaats kunnen zijn. Daar ben je er voor mensen in hun laatste levensfase, hoop je te kunnen helpen die maanden comfortabel te maken, angst en stress over de aanstaande dood weg te kunnen nemen, de familie bij te staan. Zo iemand stuur je toch niet naar een kinderafdeling?

Je begint bij het fysieke en daarna probeer je samen met de werknemer de drijfveren te achterhalen waarom iemand in de zorg wil werken.

‘Als mensen dat nog niet kunnen formuleren, is het goed om wat uit te testen. En op basis van ervaringen een tweede gesprek aan te gaan.’

Dan ontdekken mensen of ze geschikt zijn voor iets als terminale zorg.

‘Ze ontdekken veel meer. En dat is vaak weer fysiek. Fysiek heeft namelijk ook sterk met de sfeer te maken binnen een organisatie. Wordt iemand hartelijk ontvangen? Wordt er gedoogd dat je af en toe een fout maakt, of volgt op een misser gelijk een afstraffing? Vind jij het belangrijk dat je veel persoonlijke waardering krijgt voor je werk? Dan is het goed na te denken over een verpleegtehuis of een bejaardenhuis. Wordt er respectvol over patiënten gesproken? En hoe belangrijk vind jij dat? In een academisch ziekenhuis laten artsen zich nogal eens minzaam, een beetje neerbuigend, uit over patiënten. Dat is vaak eerder een houding dan daadwerkelijk gemeend, maar als je daar te veel aanstoot aan neemt, kun je beter niet in een academisch ziekenhuis gaan werken. Ben je puur inhoudelijk gedreven en interesseert sfeer je nauwelijks, dan is het goed eens te kijken op een ic-afdeling van een academisch ziekenhuis. Moderne ziekenhuizen hebben vaak grote, open ruimtes waar gewerkt is met natuurlijke materialen. Maar loop je de draaideur door van het ziekenhuis in Lelystad, dan valt de grauwigheid over je heen.’

Werknemers zijn gevoelig voor mooie ziekenhuizen?

‘Natuurlijk. Ik heb echt mensen die zeggen: “In Lelystad wil ik niet werken, wat een ellendig gebouw is dat, die betonnen muren.’

“Het Catherina Ziekenhuis in Eindhoven zet licht en beeld in op de afdeling cardiologie. Er wordt met diffuus licht gewerkt, om van de behandelkamer een geruststellende, kalmerende omgeving te maken. Dat is goed voor de patiënt en voor het verplegend personeel”

Welke zintuigen spelen nog meer een rol bij de keuze van een werkplaats?

‘Het Catherina Ziekenhuis in Eindhoven zet in samenwerking met Philips licht en beeld in op de afdeling cardiologie. Doel is om artsen en verpleging efficiënter te laten werken en patiënten rustiger te maken. Er wordt bijvoorbeeld vaak met diffuus licht gewerkt, om van de behandelkamer een geruststellende, kalmerende omgeving te maken. Dat is goed voor de patiënt, maar gelijkmatige lichtverdeling in de ruimte is ook rustgevend voor verplegend personeel. Er wordt ook geëxperimenteerd met geur: lavendel heeft een rustgevend effect, citrusgeur werkt juist opwekkend. Ik verwacht dat de komende jaren licht, beeld, geluid, kleur een steeds grotere rol gaan spelen in de inrichting van ziekenhuizen. En dan heb ik het nog niet eens over de thuiszorg. Het werkt heel anders in een huis dat opgeruimd is, schoon en ruim, dan wanneer een ruimte volgebouwd is en vies. Om nog maar te zwijgen over de werksfeer wanneer een huis stinkt.

Het zintuiglijke is belangrijk en wordt steeds belangrijker bij het plezier dat mensen in hun werk ervaren.’

“Ik verwacht dat de komende jaren licht, beeld, geluid, kleur een steeds grotere rol gaan spelen in de inrichting van ziekenhuizen”

Ik wil even terug. Je hebt met iemand een gesprek gevoerd, gevraagd waar ze zich lekker bij voelen, waar niet. Je hebt geprobeerd te achterhalen waarom iemand zich ergens thuis voelt. Daarna voer je opnieuw een gesprek. Doe je dit met iedereen die je uitzendt?

‘Aanvankelijk deed ik dat wel. Maar HappyNurse heeft nu negentien vestigingen, allemaal franchiseondernemingen. Ik kan onmogelijk met iedereen zulke gesprekken voeren. Ik doe dat wel met nieuwe franchiseondernemers. Waarom wil je deze onderneming opzetten? Wat drijft jou? Vaak ontdek ik dan dat ze op een verkeerd spoor zitten.’

Dat zeg je ook?

‘Ja. En zonder omwegen. Ronald Reagan noemde dat “tough love”. Het is liefdevoller hard tegen iemand te zijn, zodat hij een bepaalde waarheid onder ogen ziet en daarna op een andere manier zijn loopbaan kan vervolgen, dan iemand te lang aan het lijntje te houden. Als mensen iets moeten doen wat wezensvreemd is, gaat het mis.Ik heb dat als manager verschillende keren moeten doen. De eerste keer werkte ik nog bij ABN AMRO, waar werknemers altijd prachtige beoordelingen kregen en fikse bonussen. “We zijn hier allemaal Sinterklaas”, zei ik op een keer, ‘maar nooit Zwarte Piet.”’

Zo houd je iedereen toch tevreden?

‘Dat lijkt zo, en zal op korte termijn ook wel zo zijn. Maar je kweekt er bij werknemers een verkeerd zelfbeeld mee. De eerste keer dat ik een oudere heer van een project afhaalde en hem vertelde dat zijn kwaliteiten naar mijn idee ergens anders lagen, leidde dit tot oorlog. Met die man is het nooit meer goed gekomen. Ik deed het later ook bij een jongedame. Aanvankelijk met hetzelfde vervelende resultaat. Maar toen ik bij het bedrijf wegging, kwam ze naar mij toe: “Ik vond je maatregelen destijds erg pijnlijk, maar je had gelijk. Ik ga nu een opleiding volgen.” Dat was groots. Jaren later hoorde ik dat ze zich, na die opleiding, erg goed ontwikkeld heeft.’

Maar dat had ze zelf niet door?

‘Nee. Wij hebben zelf niet altijd door waar onze kwaliteiten liggen. Dat geldt ook voor de gezondheidszorg: daar lopen lang niet allemaal verpleegkundigen rond die het werk vanuit passie doen. Zij zijn het gaan doen omdat hun moeder in de verpleging zat, hun tante, of omdat ze niets beters konden verzinnen. Ze kunnen misschien het doel van de gezondheidszorg prima onderschrijven, maar missen de kwaliteiten.

Ik denk dat bij zingeving en werk de zoektocht naar je kwaliteiten belangrijk is. We genieten allemaal makkelijker van datgene waarin we ons positief van anderen onderscheiden dan van hetgeen we moeilijk vinden, en misschien wel iets minder goed doen dan onze buurman. En als jij werk doet waar je misschien wel achter staat, waar je het doel wel van onderschrijft maar waarin je niet goed bent, zit je toch niet op je plaats. Dat kan een grond zijn voor een burn-out.’

Hoe heb jijzelf doorgekregen wat je kwaliteiten zijn?

‘Ik heb een keer een leiderschapsreis gemaakt naar Afrika. Met een groepje mensen, twee gidsen, een coach en een rugzakje zo’n wildpark in. Geen horloge, geen telefoon, niets. Negen dagen slapen onder de sterren, lopen door de natuur. Het idee ervan is dat je teruggaat naar je kern, en je afvraagt: waartoe ben ik op aarde? Of: wat is mijn roeping? Of: wat zijn mijn drijfveren?’

Antwoord?

‘Bij mij kwam naar voren dat ik altijd erg bezig ben om anderen op hun plaats te krijgen. Dat doe ik privé, in mijn vriendenkring, en ik wilde dat ook in mijn werk doen. De uitkomst van die reis heeft er in feite voor gezorgd dat ik nu een uitzendbureau heb voor de zorg.’

Hoe herken jij die drijfveren bij mensen die voor jou komen werken?

‘Aan passie. Ik geloof echt in passie.’

Wat is dat, passie?

‘Technisch gezien kan iemand wel leren een verpleegkundige te zijn. Je moet intellectueel wat leren, en handigheid en vaardigheden in je vingers krijgen. Moet je even goed opletten waar zijn of haar kwaliteiten liggen, maar dat is te doen. Toch ontbreekt er dan vaak een element. Dat ontbrekende, dat is passie, dat is een drijfveer, dat is achter je doel, levensdoel staan.’

“Om blij je werk te kunnen blijven doen, moet het doel erachter wel aansluiten bij je eigen drijfveren, je eigen levensdoel”

En zonder die passie?

‘Er zijn allerlei meer technische beroepen in de zorg: hartbewaking, intensive care – je ziet hier mannen naartoe trekken. Maar gebrek aan passie leidt er ook vaak toe dat mensen de gezondheidszorg verlaten.

Ik denk dat het belangrijk is op zoek te gaan naar waar je passie, je drijfveer ligt.’

Kun je dan pas antwoord geven op wat zinvol is in je werk?

‘Voor mij is die zinvolheid de allerbelangrijkste. Op het eerste gezicht is de zinvolheid in de verpleging vrij makkelijk te vinden. Niemand zal bestrijden dat het verzorgen van een wond niet zinvol is. Helpen bij herstel of zorgen voor comfort wanneer herstel niet meer mogelijk is – dat moet zinvol zijn. Maar het is wel een doel dat we van buitenaf op de zorg plakken. Zonder passie kun je dat doel nooit van binnenuit blijvend onderschrijven. Om blij je werk te kunnen blijven doen, moet dat doel wel aansluiten bij je eigen drijfveren, je eigen levensdoel. Daarom ben ik altijd op zoek naar een pleeg met passie.’ 

“Ronald Reagan noemde dat ‘tough love’. Het is liefdevoller hard tegen iemand te zijn, zodat hij een bepaalde waarheid onder ogen ziet en daarna op een andere manier zijn loopbaan kan vervolgen, dan iemand te lang aan het lijntje te houden”

Z4 Zinvol, Zin in werk

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.