Klagen op je werk loont nooit

Bij mijn speurtocht naar werk & zingeving stuit ik af en toe op de meest hilarische adviezen. Een van de sterkste tot nu toe stond in het Algemeen Dagblad: ‘Klagen op je werk loont’, kopte de krant. Sterker nog, klagen zou het nieuwe goud zijn. ‘Want door emoties slim in te zetten, kunnen teamprestaties verbeteren.’

Volgens sociaal psycholoog en arbeids- en organisatiepsycholoog Annefloor Klep blijken negatieve emoties onze prestaties namelijk op te krikken. Klep promoveerde zelfs op deze emoties.

Hoe het kan dat die negatieve emoties zo opbeurend werken? Klep verklaart dit uit ons verleden in de jungle. ‘Een negatief gevoel betekent dat er gevaar dreigt. En bij gevaar komen onze instincten bovendrijven. We zuigen informatie op en zijn meteen een stuk kritischer. Opletten betekende eerder in onze evolutie: goed focussen en bij voorkeur óp het bospad blijven en niet ernaast. En te allen tijde informatie blijven verzamelen en goed kijken wat er om je heen gebeurt in het dichte gebladerte. Die alerte houding komt ons als denkend dier nu nog altijd bijzonder goed van pas.’ Zo bezien zou klagen de 2.0-versie zijn van het gevaarlijke leven dat onze voorouders leiden, met alle alertheid als productief gevolg.

Het is mode om met een beroep op onze functionele instincten onze voorouders tot voorbeeld te laten dienen. Wat evolutionair verklaarbaar is, is goed. Dus niet. Ik zou benieuwd zijn naar een onderzoek naar de positieve werking van seks op de werkvloer. Het zou me niets verbazen als het de productiviteit van een deel van de werknemers doet toenemen en veel frustratie doet verdampen. Zeker bij hen die zich nu vreselijk moeten inhouden. Vroeger waren ze alert, keken om zich heen, constant op zoek naar geschikte partners bij wie ze nageslacht zouden kunnen verwekken, omdat de struggle for life voor het leeuwendeel van hun kroost te veeleisend was. Dat wij in de loop der tijd onszelf enigszins beschaafd hebben, in de zin van bijschaven, bijwerken, zorgt natuurlijk voor een enorme frustratie die de productiviteit van nogal wat werknemers negatief beïnvloedt.

Klagen hoort bij de privésfeer. Daar kan het soms opluchten, omdat je je partner deelgenoot maakt van jouw sores. Gedeelde smart wordt dan even halve smart. Heerlijk. Binnen de zingevingscategorieën van René Gude zou het passen binnen het zinnelijke, het lekkere. Maar doe het niet dagelijks, want je zult merken dat je partner het snel zat is en gaat rondkijken naar een ander met wie het leven wellicht vrolijker is – wat evolutionair trouwens uitstekend te verklaren is, want sombermans heeft zelden de macht en machtigen zijn nu eenmaal aantrekkelijker als partner.

Betekent dit dat je al je emoties dan maar moet opkroppen? Nee, veel beter is het om aan humeurmanagement te doen. Soms lucht geven aan verdriet, woede, angst, er meestal een antwoord op proberen te vinden. Daar kwam ik een sterk staaltje van tegen in het prachtige autobiografische boek Wat kan mij gebeuren? Leven met René Gude van Babs van den Bergh, vrouw van René Gude.

Van den Bergh schrijft op een gegeven moment over een paar jonge jongens die net als Gude botkanker hebben en een zware chemokuur moesten ondergaan. Gude, toen nog directeur van de Internationale School voor Wijs­begeerte, had een van hen, Lucas, een cursus filosofie in het vooruitzicht gesteld ‘als alles achter de rug zou zijn’. Gude knapt op – hij zou uiteindelijk jaren later toch overlijden aan de ziekte – maar voor Lucas verdwijnen ziekte en chemo nooit meer uit beeld. Ze beginnen daarom maar een Filosofie-aan-huis-programma.

Van den Bergh: ‘Lukas stuurde René een citaat van Aristoteles, dat ging over het kunnen behouden van een goed humeur tijdens perioden van grote tegenslag. Dat dat de grootsheid van een karakter tekent, als dat lukt.

“Dat kun je van ons toch wel zeggen, nietwaar?”

“Absoluut, held van me!!!”’

Lucas sterft een week later.

Het citaat van Aristoteles ken ik. René heeft het mij een keer meegegeven, nadat ik hem had geïnterviewd. Het luidt: ‘De schoonheid van het karakter straalt als iemand onvermoeibaar de ene tegenslag na de andere incasseert, niet omdat hij ze niet voelt, maar omdat het iemand is met een onverwoestbaar goed humeur.’

Aristoteles’ woorden hangen bij mij op de wc. Elke keer als ik de ventilator aanzet, lees ik ze even. Als kleine herinnering: niet klagen maar dragen. Ik ben ervan overtuigd dat dat papiertje mijn alertheid aanscherpt en mijn productiviteit dagelijks bevordert.

Zin in werk

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.