Niemand durft nog ‘ik’ te zeggen

Jongeren zeggen dat ze te druk voor iets zijn, niet – eerlijk – dat ze liever in bad gaan liggen. Denker des Vaderlands Daan Roovers probeert te doorgronden waarom studenten zo vaak kampen met burn-outklachten.

Het speelkwartier van het leven. Zo werd de studententijd vroeger genoemd. Dat is voorbij, en het lijkt voorgoed voorbij. Uit een rapport van studentenorganisatie Iso bleek deze week dat meer dan zeventig procent van de studenten vaak tot zeer vaak druk ervaart om te presteren. Meer dan 30 procent heeft last van concentratieproblemen, meer dan 50 procent kampt al met burn-outklachten zoals emotionele uitputting, en bij een kleine 10 procent is er een risico op zelfmoord.

“Ik herken dit,” zegt Denker des Vaderlands, Daan Roovers. “Tijdens de jaarlijkse nascholing die ik aan huisartsen geef stel ik de vraag: welk probleem komen jullie nu het meeste tegen? Antwoord: burn-out bij jongeren.”

“Ik weet dat er nationaal en internationaal gedebatteerd wordt over de vraag wat dat dan is, burn-out. Daar gaat het mij niet om. Interessanter vind ik de vraag: waarom is burn-out ons 21ste antwoord op studiestress en stress uit de samenleving?”

Het antwoord lijkt eenvoudig: de hedendaagse economie eist constante beschikbaarheid en overvraagt zo het individu.

“Er moet meer aan de hand zijn. Bij mijn studenten zie ik dat de privésfeer in het gedrang komt. Zij hebben het idee dat zij als privépersoon niets mogen zeggen over stress, druk, presteren, autonomie. Ze stellen zichzelf constant de vraag: wie ben ik om de eisen die mij gesteld worden niet uit te voeren?

“In mijn eigen vriendenkring zie ik iets vergelijkbaars. Ik stel een vriendin voor om naar de film te gaan. De vriendin heeft geen zin, omdat ze moe is en in bad wil liggen. Zij zegt dat niet. ‘Nee, sorry’, zegt zij in plaats daarvan, ‘ik heb het te druk’. Net als vele jongeren voelt zij zich niet gerechtigd te zeggen dat ze geen zin heeft. Ze verbergt zich vervolgens achter een economisch argument: drukte.”

Waarom durft zij het eigenlijke argument niet te geven?

“De Deense filosoof Sören Kierkegaard zei aan het einde van de negentiende eeuw: ‘Niemand durft nog ik te zeggen’. Dat is opmerkelijk, want in die tijd begint het individualisme. Wat Kierkegaard voor de negentiende eeuw zei, geldt ook voor onze tijd: niemand durft nog ik te zeggen.”

Sinds het individualisme roept iedereen toch alleen maar heel luid ‘ik, ik, ik’?

“Kijk nog even naar het voorbeeld van mijn vriendin. Zegt zij: “Ik heb geen zin?” Nee, zij verwijst naar de omstandigheden, die het haar onmogelijk maken naar de film te gaan.

“Ik vraag me af of jongeren die in dit soort onderzoeken zeggen aan stress te leiden, depressieve klachten te hebben, sterk genoeg in hun schoenen staan om ik te durven zeggen. Het lijkt wel of een persoonlijke reden geen argument meer is ergens wel of niet op in te gaan.”

Wat gebeurt er als je niet in slaagt ‘ik’ te zeggen?

“Dan voel je je onthand en ongelukkig. Depressie en burn-out liggen vervolgens op de loer.”

Wie ik durft te zeggen, moet ook wel van zichzelf denken dat hij/zij iemand is.

“Dat laatste betwijfelen jongeren steeds sterker. Op social media delen jongeren zichzelf op in eigenschappen. Voor de datingmarkt: ‘Ik zoek iemand die zelfstandig, open en romantisch is, én van wandelen in de natuur houdt.’ Of voor de werkvloer: ‘We zoeken een flexibele, stressbestendige en sociaal vaardige medewerker’. Jongeren zijn gaan geloven in hun eigen profiel. Daarmee doen ze zichzelf enorm tekort.”

Je bent je competenties.

“En als je het nog niet bent, dan werk je aan je competenties, totdat je ze hebt. Daarmee investeer je in jezelf. Dat noemde de Amerikaanse socioloog Richard Sennett the corrosion of character, het uiteenvallen van een persoonlijkheid in tal van onderdelen. Karakter is het duurzame in je persoonlijkheid. Dat wat blijft.

“Wij zijn de aantrekkelijke karaktertrekken als we tinderen; wij zijn de gewenste competenties als we solliciteren. Maar wie zijn wij? Wie zegt er ik? Ben je niet veel eerder iemand als je ‘nee’ zegt – ik heb geen zin om naar de film te gaan want ik wil in bad liggen – dan wanneer je een optelsom bent van gewenste karaktertrekken en competenties? Jongeren hebben denk ik een gebrek aan zelfvertrouwen.”

Krijgen ze dat zelfvertrouwen juist niet door flink wat competenties te verwerven?

“Dat hangt ervan af welke competenties dat zijn. Een van de vooruitstrevende juffen op de school van mijn kinderen stelde voor niet al te veel tijd te besteden aan het ontwikkelen van een handschrift. ‘We tikken toch alles, ze hebben meer aan een typediploma.’”

Typen lijkt me een handige competentie.

“Tegen de tijd dat die kinderen aan het werk zijn, hebben we allemaal een spraakcomputer en tikt er niemand meer. Onderwijs is kinderen voorbereiden op een toekomst die er nog niet is, zei de Duitse filosoof Peter Sloterdijk. Belangrijker dan een paar competenties bijbrengen, is ze het vermogen bij te brengen te leren nadenken.

“Het bildungsidee gaat ervan uit, dat je kinderen, scholieren, studenten zo ontwikkelt dat ze altijd weerbaar zijn, ook al veranderen de omstandigheden. Als wij niet weten hoe de arbeidsmarkt er over twintig jaar uitziet, moet je het duurzame misschien meer in jezelf zoeken.

“Het feit dat de wereld en de arbeidsmarkt zo veranderlijk zijn, wil niet zeggen dat alle werknemers zo veranderlijk moeten zijn. Onderwijs moet zorgen voor een zekere duurzaamheid in karakter. Wie constant verandert wordt gek. Opleidingen hebben de taak bij te dragen aan persoonsvorming en karaktervorming.”

Welke rol speelt taal daarbij?

“Een grote. Voor je geestelijk welbevinden is het belangrijk jezelf goed te kunnen uitdrukken, te vertellen hoe je in de wereld staat. Lukt dat niet, dan voel je je onthand.

“Ik had een stagiaire die een persbericht voor mij moest schrijven. Zij was een rijzende ster, en had eigenlijk geen zin in de klus. De deadline was maandag. Op zondagavond belde ze me: het lukte niet. ‘Ik ga morgen naar de huisarts, ik heb hartkloppingen en denk dat ik een burn-out heb’.

“‘Nee,’ zei ik, ‘je hebt geen burn-out, je hebt er geen zin in, je wil ervan af maar je durft dat niet te zeggen.’ Het was even stil. Toen zei ik: ‘We doen het volgende. Jij schrijft dat persbericht, en dat is morgen om 9 uur bij mij. Daarna moet je zelf weten of je nog naar de huisarts gaat, maar ik schat in dat het niet meer nodig is.’ Zo is het gegaan. Volgende dag waren de hartkloppingen weg, zij is niet meer naar de huisarts gegaan.”

Zij stelde zich aan?

“Die conclusie is te makkelijk. Wat zich in taal afspeelt, vertaalt zich in denken en daarmee in jouw geestelijke welbevinden. Zij is gaan geloven in de termen waarin de jongeren spreken: burnout, stress, druk, angst. Misschien had ze werkelijk hartkloppingen. Want die termen worden zo een selffulfilling prophecy.”

Deze burn-out zat ook niet zo diep?

“Burn-out vind ik een economische term: niet kunnen functioneren in het arbeidsproces. De term is de privésfeer gaan koloniseren, en lijkt nu te functioneren als: ik heb geen fut, ik heb geen zin, ik voel me beroerd.

“Ik kom zelden een student tegen die zegt: het is niet gelukt mijn werk op tijd af te krijgen en dat is stom, nee, er volgt altijd een medische of economische verklaring: ik was ziek, of ik was te druk met het andere examen. Niet de persoon, maar de omstandigheid is op de voorgrond komen te staan.”

Weten jongeren dat ze te weinig individu zijn?

“Nee, ik denk dat ze voortdurend te horen krijgen dat ze teveel zichzelf op de voorgrond plaatsen. Als we die misvatting goed voor het voetlicht weten te brengen, kunnen we die illusie ontmaskeren.”

Op 25 november gaat Daan Roovers over deze onderwerpen in gesprek met de Belgische psychiater Dirk De Wachter. Zie: https://rodehoed.nl/programma/dag-van-de-imperfectie/

Burn-out

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.