Nucleair geneeskundige

Bart de Keizer; ‘Ik probeer mijn emoties erbuiten te houden’

“Tijdens het multidisciplinair overleg hebben wij net een patiënte besproken die enkele jaren geleden voor schildklierkanker is behandeld. Bij controle hebben we geconstateerd dat in haar bloed het aantal tumormarkers sterk gestegen was. Een hierna vervaardigde PET scan met radioactief jodium-124 bevestigde: de kanker is teruggekomen.

Ik bekijk een groot deel van de dag foto’s en interpreteer wat ik zie. Mijn bevindingen in combinatie met onderzoeken van andere specialisten vormen de diagnose. Is die eenmaal helder, dan besluiten we samen wat de beste behandeling is. De nucleaire scans zijn van groot belang om het tumorstadium en de behandeling die hierbij hoort te bepalen.

Als nucleair geneeskundige breng ik een radioactieve stof in bij een patiënt, vaak radioactief suiker. Tumoren en uitzaaiingen gaan inefficiënt met hun energie om. Ze verbranden zeer veel suiker, en trekken de radioactieve glucose sterk aan. Via een zogeheten PET-scan zien we de tumoren en eventuele uitzaaiingen zitten.

Onze werkwijze verschilt sterk van die van de radiologen. Zij werken met röntgenstraling, die door de apparaten zelf gemaakt wordt en die van buiten door het lichaam heen stralen. Wij vangen de straling op van een radioactieve stof die we, meestal door een injectie, in het lichaam gebracht hebben.

Al tijdens mijn studie geneeskunde raakte ik geïnteresseerd in de schildklier. Dat orgaan is belangrijk voor onze stofwisseling. Voor mijn promotie heb ik er onderzoek naar gedaan. Zeker bij zo’n schildklier werkt een nucleaire scan heel goed. We brengen niet alleen tumoren in beeld, met gammastralen, we bestrijden ze ook, met bètastralen – elektronen die met hoge energie uit een atoomkern vliegen en grote schade aanbrengen aan tumorcellen, maar ook aan andere cellen. We moeten dus zorgen dat die bètastraling voornamelijk de tumorcellen raakt. Dat kan heel goed bij de schildklier: uitzaaiingen van schildklierkanker nemen heel goed radioactief jodium op.

Bij deze patiënte zagen we met een radioactieve suikerscan en een radioactieve jodium-124 PET-scan dat de kanker was uitgezaaid naar de wervelkolom. Zo zagen we ook dat het zinnig was dit te behandelen met radioactief jodium-131. De andere organen nemen het jodium niet op, en zo bestrijden wij heel lokaal de kanker.

Ik zie veel foto’s van patiënten met uitzaaiingen. Achter elke foto met een tumor schuilt een drama. Ik probeer mijn emoties erbuiten te houden. Maar als we, zoals net tijdens het overleg, kunnen constateren dat bij deze vrouw de therapie is aangeslagen en de uitzaaiingen in het skelet bijna geheel verdwenen waren, doet me dat wel wat. Als blijkt dat ons werk aanslaat, iemand echt beter lijkt te worden, maakt dat mijn werkdag goed.”

Zorg

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.