Op een flexplek krijg je minder zin in je werk

Werkt u ook zo lekker in een kale ruimte? Toen ik vijfentwintig jaar geleden als journalist bij Trouw begon, waren onze werkplekken kleine altaren : bij de sportredactie zag je aan de heerlijke, kitscherige relieken onmiddellijk wie over wielrennen schreef, wie over voetbal. Kwam je bij de redactie Religie & Filosofie dan renden de Boeddha’s je in alle soorten en maten tegemoet. Vooral hele dikke. Overal stonden hilarische beelden, afgewisseld met foto’s van kinderen van de redacteuren. Lastig schoon te houden, dat wel. Maar zeker gezellig.

Anonieme werkplekken

Afgelopen jaren was de trend om kantoren compleet leeg te trekken, zodat er anonieme werkplekken ontstonden, die door tal van werknemers gebruikt konden worden, zonder dat ze het gevoel kregen in andermans huis te bivakkeren. Schoner en veel goedkoper, want zo konden al die flexwerkers op flexplekken aan het werk.

Vraag is of dat zinnig is. Het Noordhollands Dagblad van 26 februari kopt: ‘Werknemers niet blij met werkplek’. “Maar liefst 55 procent van werknemers zegt liever niet te werken bij een bedrijf met flexplekken.” De krant verwijst naar een onderzoek van Panel Wizard in opdracht van consultant HK&P onder ruim duizend werknemers. Jongeren onder de dertig hebben een nog grotere hekel aan flexplekken. Nadenken over de ruimte waarin wij werken is een vorm van zingeving. Het past binnen wat wij noemen de zintuiglijke vorm van zingeving, die betrekking heeft op schoonheid, op het mooie, op wat de zintuigen als oog, oor, neus strelen. Deze betekenis van zingeving heeft ook vaak betrekking op de ruimtes waarin wij werken, of die aangenaam zijn, lelijk, of er kunst aan de muur hangt, planten in de ruimte staan.

Wat werkt wel?

Hoe duidelijk het onderzoek van Panel Wizard ook is, de uitkomst is niet verrassend. Het sluit aan bij een onderzoek van Craig Knight, werkzaam aan de universiteit van Exeter. Knight onderzocht vier soorten werkplaatsen. De eerste noemde hij lean, kaal, efficiënt, waarin alleen spullen stonden die noodzakelijk zijn om het werk te verrichten. De tweede ruimte was enriched, verrijkt met planten en kunst, die al in de ruimte waren aangebracht. Nog krachtiger was de derde ruimte: empowered. Daarin kon het personeel kunst en planten op een eigen manier in de ruimte plaatsen. Dat kon in de laatste ruimte ook, maar nu hadden de onderzoekers het eigen initiatief van de werknemers ontkracht door de spullen weer op hun oorspronkelijke plek terug te zetten. Vandaar dat Knight deze vierde ruimte disempowered noemde.

Uitkomst: in de verrijkte, enriched, omgeving werkten mensen 15 procent sneller dan in de lean ruimte, de basisruimte. Dit percentage verdubbelde in de empowered ruimte, als mensen hun kamer zelf met planten of kunst mochten inrichten. Maar het effect verdween volledig als hun het initiatief ontnomen werd, zoals in de laatst onderzochte, disempowered ruimte. In de twaalf jaar dat Knight zich met dit onderzoek bezighoudt, heeft hij nog nooit één aanwijzing gekregen dat een kale, efficiënte ruimte de productiviteit bevorderde.

    Ook onlangs bleek dat verrijkte ruimtes werknemers goed doen. Op 1 februari kwam uit een onderzoek van Wageningen Universiteit naar voren dat mensen die in een plantrijke ruimte werken, zich 20 procent minder vaak ziekmelden. Men vond het niet alleen fijner werken in een plantrijke ruimte, de temperatuur was er ook beter, en bovendien bleek de gemoedstoestand van medewerkers na de beplanting positiever en werd door sommige werknemers buiten werktijd minder gepiekerd over het werk.

Zingeving gaat niet alleen over de goede bedoelingen die je als organisatie zegt na te streven, maar ook over de ruimte waarin we werken. Flexplekken zijn uitstekend om je af en toe even in terug te trekken om geconcentreerd te werken. Maar als oplossing om eens flink op ruimtes te besparen lijken ze niet zinnig. Werknemers krijgen gewoon minder zin in hun werk.

Flexplek

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.