Tag: Zin in het alledaagse

‘Ik maak zin door te reizen, als we maar op weg zijn naar nieuwe avonturen.’

Onderstand interview heeft plaats gevonden in januari 2020, Elyn is op 25 juni 2021 helaas overleden.

Elyn Nierop (57) reist om los te komen van haar ziekte: ‘Vroeger maakten we plannen, nu voeren we ze uit’

We wachten nu op uitslagen van de driemaandelijkse scan en bloedtest. Als die uitslag niet te slecht is, gaan we weer een maand naar onze boot in Panama. Ik maak zin door te reizen. En als we de kans krijgen, gaan we weer, met een camper, met de zeilboot, maakt niet uit, als we maar op weg zijn naar nieuwe avonturen.

Vijf jaar heb ik nu darmkanker. Ik ben nu vier keer geopereerd en heb twee keer een chemokuur moeten ondergaan. De kanker is uitgezaaid, er zitten tumoren waaraan ik niet meer geopereerd kan worden. Dat is een hard gegeven.

Ik heb de oncoloog voorgesteld een chemopauze te nemen. Zij vond dat een goed idee. Onmiddellijk vroegen we ons af: wat is er mogelijk, als we niet meer wekelijks naar het ziekenhuis moeten, de infusen eruit kunnen, de thuiszorg niet meer nodig is? Vrijheid, dat woord kwam in ons op. We hebben het plan opgevat een reis te maken. Het is heerlijk om weg te gaan.

Ook mijn wereld stortte in, nadat ik te horen had gekregen dat ik kanker heb. Even dacht ik: een operatie, en het is weg. Bij mij kwamen de tumoren snel terug.

Ik houd vrienden via e-mail op de hoogte, dat haalt de drempel weg met mij over mijn ziekte te praten. Ook mijn man legt geregeld wat uit in een groepsapp. In het begin was het voor veel mensen moeilijk er met mij over te praten, vooral voor collega’s en dorpsgenoten die ik vaag ken. Het blijft moeilijk, ik kan moeilijk zeggen dat de ziekte begint te wennen, maar na zoveel slechte uitslagen is de ziekte nu wel onderdeel van mijn leven geworden.

Een fijne tijd met elkaar hebben

We hebben een zeilboot, maar omdat ik nog een complicatie heb met een nierdrain, moeten we oppassen voor een infectie door water. Zeilvrienden uit Amerika zeiden ooit: ‘Je kunt onze camper altijd lenen’. Ze boden aan mee te gaan, voor het geval dat. Tijdens onze zeiltochten met hen hadden ze altijd de weidsheid van Amerika geprezen. Die wilden we graag zelf zien.

Het is niet zo dat het maken van een reis mijn nieuwe doel is. Dat is me vaak gevraagd: wil je nu niet iets héél anders doen? Je leven anders invullen? Nee, ik vind mijn werk leuk, mijn collega’s. Als ik niet meer kan werken, ga ik vrijwilligerswerk doen.

We besloten met z’n tweeën met de camper te gaan. Het is belangrijk ook een fijne tijd met elkaar te hebben. Het half jaar daarvoor hadden we toch voornamelijk zorgen. Over mijn gezondheid, over het vervoer naar het ziekenhuis, over de thuiszorg, over infecties, complicaties, over eten, over niet-eten, over wondjes in mijn mond, over afvallen, over herstelweken. Nu zochten we andere gesprekken, andere belevenissen, andere avonturen.

We zijn naar San Francisco gevlogen. Het was een oude camper, uit 1978, een oldtimer. Voor Nederlandse begrippen is het een grote camper, Amerikanen vinden dit een kleintje. We hebben de wagen schoongemaakt, gevuld met boodschappen en zijn op pad gegaan. Ik zag geen doemscenario’s voor me van een kapotte auto, die langs de kant van de weg stond. Onze vrienden sloten nog wel een extra verzekering af voor het geval de auto ermee zou stoppen. Dan zouden we hem parkeren en terugreizen, zo was de afspraak.

Daar reden we over de eindeloze Amerikaanse wegen. ’s Avonds kampeerden we ergens in een National Parc aan een riviertje, waar hooguit tien plaatsen waren voor campers.

Er stonden een paar tentjes, vaak van vissers. Klapstoel naar buiten, boek erbij, glaasje wijn. Dat zijn de mooie momenten.

Afhankelijk van de uitslagen maken we plannen

Tijdens de reis lukte het me aardig los te komen van mijn ziekte. Uiteraard borrelt de ziekte dagelijks in je hoofd op, ook omdat ik nog een drain heb die om de zoveel tijd moet worden verzorgd. Ik genoot van wat ik in de natuur zag, van het kampvuurtje dat wij stookten. Het was heerlijk uit de huiselijke sleur van de chemo te zijn.

Na een paar weken zonder chemo kwam mijn trek terug. Het voordeel van een camper is dat je zelf je eten kunt koken, en niet elke avond in een hotel zit en naar een restaurant moet. Ik ben nu vier keer geopereerd, mijn darmen protesteren weleens. Zelf samen eten maken is dan wel lekker.

Bij mij is het glas altijd halfvol. Vorig jaar, ook weer na een operatie, reden we door Frankrijk. Het was slecht weer, heel slecht. Tot het even opklaarde. ‘Zie je’, zei ik tegen mijn man, ‘hoe de zon erdoor komt?’ Je kunt ook zeggen: het blijft wel erg bewolkt.

Afhankelijk van de uitslagen maken we plannen. En voeren ze uit. Vroeger maakten we ook graag plannen, maar de hectiek van het dagelijks bestaan zorgde er soms voor dat ze werden uitgesteld.

Beschikbaarheid van collega’s bepaalde geregeld of we op reis zouden gaan. Nu geef ik duidelijker aan dan vroeger dat ik weg kan, een goede periode heb. Voor je het weet, ben je maanden verder, en je weet nooit hoe je er dan bij zit.

foto: lars van den Brink

Sprookjes troosten niet alleen kinderen

Lilian Hoogendoorn (62) ‘Als kind meende ik dat alles leefde en zorg behoefde. In bomen duw je geen punaises, huizen wens je goedemorgen, poppen worden warm aangekleed. Alles verdiende het op waarde geschat te worden. In alles zag ik een verhaal, een lied.

Lees verder

Gyneacoloog

‘Een doodgeboren kindje vergeet je nooit’

Jan Jaap Erwich, gyneacoloog; ‘Onlangs was ik bij de bevalling van een baby, van wie de moeder al twee keer een doodgeboren kind had gekregen. We hadden onderzoek gedaan naar een mogelijke oorzaak van de sterftes, maar konden niets vinden. Er was geen kans op herhaling te voorspellen. Ook niet na de tweede keer. En dan die laatste weken van de huidige zwangerschap, je probeert ze die vreselijk spannende weken door te slepen.

Ik werk nu dertig jaar als gynaecoloog, de laatste jaren als hoogleraar verloskunde aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. Tijdens mijn opleiding in Leiden eind jaren tachtig begon de houding tegenover de zorg rond een doodgeboren kind te veranderen. Langzamerhand kregen we meer oog voor het rouwproces van de moeder en vader.

Binding

Bij de geboorte van een dood kindje bevielen vrouwen in de jaren vijftig, zestig nog achter een doekje. De moeders zagen niet of het een jongetje of een meisje was, dat werd hun ook niet verteld. Ze wisten ook niet wat er met het kind aan de hand was, wat ermee gebeurde. En ze konden het later niet aangeven bij het gemeentehuis.

Vanaf februari dit jaar kunnen doodgeboren kindjes formeel worden geregistreerd, ook met terugwerkende kracht. Landelijk zijn er al meer dan tienduizend doodgeboren kinderen aangegeven. Ik had een huilende moeder van in de zeventig aan de telefoon, die vroeg of wij iets konden achterhalen over haar kind dat in 1954 in ons ziekenhuis doodgeboren was.

Men heeft lange tijd oprecht gedacht dat je je zo min mogelijk moest binden aan een doodgeboren kind. Daarom werd er niet over gesproken. Maar – en dat is kwalijker – kinderen die voor de geboorte overleden, mochten ook niet in gewijde grond worden begraven. Vaak verdwenen deze kinderen in anonieme massagraven. En áls die kinderen al begraven werden, dan kwamen ze naast zelfmoordenaars en misdadigers te liggen. Nu weten we hoeveel kwaad we daarmee hebben aangericht. In de jaren tachtig hebben de kerken dat in een keer goedgemaakt. Daarna konden ouders langs een grafje lopen, kregen ze een plaats waar ze met hun verdriet heen konden.

Tijdens mijn opleiding in Leiden zag ik deze houding veranderen. We gingen met de ouders in gesprek over wat een doodgeboren kind met hun relatie doet, hoe de omgeving er tegenaan kijkt. We kregen er oog voor dat alle stadia van rouw ook gelden voor het verlies van een doodgeboren kind. In de jaren daarna zijn we misschien een beetje doorgeslagen; toen móest je over je verdriet praten, of je nu wilde of niet. Nu zijn we wat meer in balans, we beseffen dat het hier om mensen gaat die op jonge leeftijd een groot verlies hebben geleden, verder moeten, misschien nog andere zwangerschappen zullen doormaken. Het is zinnig hen bij dit proces te helpen.

Intens verdriet

Als student en ook als beginnend arts heb ik mij wel afgevraagd: waarom ben ik dokter geworden? Het is een ouderwetse kreet, maar ik kom toch uit bij roeping, misschien dat ze tegenwoordig ‘drive’ zeggen. Tijdens mijn studie vond ik zwangerschappen en de ontwikkeling van het kind al interessant. Als je in deze wetenschap toch wat kon betekenen, dacht ik, en de ellende die wij bij doodgeboren kinderen zagen vóór zou kunnen zijn, dán ben je zinnig bezig. Naar mijn idee wellicht zinniger dan mensen van tachtig, negentig proberen nog eindeloos lang in leven te houden.

Ons gezondheidszorgbudget in Nederland is 90 miljard, waarvan 80 procent wordt uitgegeven in de laatste twee levensjaren van mensen. Als ik een keer subsidie wil om onderzoek te doen naar achtergronden van babyontwikkeling of moederkoekwerking, ja, dan is dat ontzettend lastig. Als ouderen overlijden kan dat erg zijn, maar daar kan men toch vaak uiteindelijk vrede mee hebben. Dat geldt nooit voor een doodgeboren kind. Wie ooit een keer naast de geboorte heeft gestaan van een overleden kindje, vergeet dat intense verdriet van ouders nooit meer. Voor dat verdriet is geen plek.

Ik ben altijd onderzoek blijven doen naar achtergronden en oorzaken van dit overlijden, om er wat aan te kunnen verbeteren. En om de ouders die dit moeten doorstaan, te kunnen bijstaan bij een eventuele volgende zwangerschap en bevalling. Het is zinnig werk hen bij dit proces verder te helpen.

Zoals bij dat stel dat al twee keer een doodgeboren kind had gekregen. De bevalling was verschrikkelijk spannend. En toen dat kind eruit kwam en het wel ‘deed’, huilde, geluid maakte, kwam er een ongelooflijke ontlading bij alle betrokkenen. Ik hield het ook niet droog. En dat is maar goed ook. Want als dit me niet meer zou raken, zou ik er beter mee kunnen ophouden’.

Een nieuwe podcast van Trouw; Zin in het alledaagse

Op de vraag naar de zin van het leven antwoordt iedereen met een opsomming van zijn eigen levensloop, zo zei de Hongaarse schrijver Georgy Konrad ooit. Een mooie ingang voor de serie Zin in het alledaagse die al geruime tijd in columns aangeboden wordt aan de Trouw lezer. Een aantal van deze columns treft u uiteraard ook aan bij ons op de website.

In de nieuwe podcastserie van Trouw komen er ook een paar terug. Niet in literatuur, theologische, filosofische, psychologische verhandelingen, maar in gewone gesprekken met bijzondere mensen brengt Henk deze verhalen bij ‘iedereen’ zoals, Konrad schrijft. 

Henk zoekt het soort verhalen van mensen die zo belangrijk zijn, dat ze voor de rest van hun leven richtinggevend zijn. Die zingeven. Wat is dan, die zin, hoe moeten we dat voor ons zien?

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.