Tussen laptop en rollator

Gesprek met Hester Alberdingk Thijm, directeur van de AkzoNobel Art Foundation

‘In tegenstelling tot wat je baas misschien zegt, is het niet altijd slecht om afgeleid te worden op je werk. Word je afgeleid door een kunstwerk, dan kan je productiviteit juist een oppepper krijgen, en de stress verlagen, waardoor je je prettiger op je werk voelt.’

Dit stelt Craig Knight, onderzoeker aan de universiteit van Exeter in The Guardian op 21 januari 2016. ‘Werkplekken moeten tegenwoordig vooral leeg en schoon zijn. Dat zou de productiviteit verhogen.  Maar als je een omgeving verrijkt,’ stelt Knight in zijn verslag van zijn onderzoek naar kunst op de werkruimte, ‘voelen werknemers zich gelukkiger, en werkt men beter. Door middel van kunst kun je een omgeving optimaal verrijken.’

Dit onderzoek ondersteunt het beleid van Hester Alberdingk Thijm, directeur van de AkzoNobel Art Foundation. Zij verzamelde afgelopen twintig jaar kunst en is sinds januari 2016 in de gelegenheid de collectie optimaal te tonen, in de Akzo Nobel Essential Art Space, een kunstruimte op de begane grond van het nieuwe hoofdkantoor aan de Amsterdamse Zuidas. Bij het ontwerpen van het nieuwe hoofdkantoor heeft de architect, Folkert van Hagen, een speciale plek voor de collectie ontworpen. ‘Het moest geen traditionele museumruimte worden,’ zegt Alberdingk Thijm, ‘maar een ruimte waar behalve medewerkers ook buurtbewoners, klanten, kunstliefhebbers graag even langskomen. Zij hoeven geen museumjaarkaart te vertonen, zelfs bij de receptie geen pasje op te halen.’

“Word je afgeleid door een kunstwerk, dan kan je productiviteit juist een oppepper krijgen en de stress verlagen”

Het is nu ochtend, door de ruimte schuifelen een paar echtparen. Maar een middelbare school uit de buurt blijkt ook plannen te smeden met een klas de ruimte te bezoeken. ‘Wacht maar tot  twaalf uur, als de werknemers gaan lunchen, dan zul je zien dat de ruimte volstroomt. Mensen zoeken de kunst graag op, om een broodje bij te eten, om even de stress van zich af te schudden.’ Dat lijkt heel goed te kunnen bij een van de eerste werken waarop Alberdingk Thijm ons wijst: een wandgroot schilderij van de Nederlandse kunstenaar Jan Andriesse, waarbij vlakken in diffuse regenboogkleuren naadloos in elkaar overgaan. ‘Als ik naar dit werk kijk,’ zegt Alberdingk Thijm, ‘ervaar ik iets van héél vroeger, toen ik als kind op een mooie zomerdag in het gras naar de lucht lag te kijken, en daarin veel meer zag dan alleen blauw, ook groen, geel, roze; het magische moment van de regenboog.’

‘Dit werk van Andriesse heet Rainbow, het bezit de essentie van de regenboog: de onmogelijkheid scherp te stellen op één kleur. Het werk is totaal handgeschilderd maar het is onmogelijk aan te wijzen waar roze in blauw overgaat. Als je erlangs loopt, gloeien de verschillende kleuren langzaam op.’

‘Het schilderij hangt opzettelijk aan de straatkant van het gebouw, in een van de lichtste delen van de expositieruimte. Als het gaat over zingeving en kunst zullen kunstenaars altijd drie C’s benadrukken: content, context en contact.’

‘Content is de inhoud, die wordt bepaald door de kunstenaar. De context is de omgeving, de ruimte, het licht dat een werk vangt, en het contact ontstaat met de beschouwer. Dit werk van Andriesse verandert constant, als er een wolk voor de zon schuift, lichten heel andere delen van het schilderij op – je zou eigenlijk later op de dag moeten terugkomen om te zien hoe anders het in de avond is. Door de drie elementen van content, context en contact leeft een schilderij. Omdat dat zo expliciet opgaat voor dit werk van Andriesse hebben we het aan de straatkant opgehangen, om bezoekers te verleiden. We willen mensen binnenhalen. Dat gebeurt ook, er komen er nu zo’n honderdvijftig per dag. En er ontstaan ook gesprekken, tussen AkzoNobel-mensen en bezoekers van alle leeftijden, van rolschaatsen tot rollator. Er komen ook veel scholieren.’

“Mensen zoeken de kunst graag op, om even de stress van zich af te schudden”

Dat contact is essentieel?

‘Kunstenaars zullen, als ze het hebben over de content van hun werk, vaak ook het zinnelijke benadrukken. In een tijdsgewricht waar alles gaat over verklaarbaarheid, snelle effecten en beschikbaarheid stelt zinnelijkheid eisen als geduld, traagheid, technisch kunnen en concentratie centraal. In dat perspectief is de keuze voor zinnelijkheid niet zozeer ván deze tijd, als wel van vóór deze tijd. Zinnelijkheid staat zo voor alles wat in de 21e eeuw naar de achtergrond lijkt te zijn verdwenen: handwerk, antimodernisme en vertedering, kortom “slow art”.

Maar boven alles onderkennen veel kunstenaars dat zinnelijkheid zich in de eerste plaats verhoudt tot het leven. In hun pogingen zich te verhouden tot de belangrijke en tijdloze thema’s van het leven als liefde, hoop, angst voor de dood en geloof biedt zinnelijkheid hen een handvat om op een directe manier, zonder pretenties en ingebed in rituelen, vorm te geven aan deze onderwerpen. Onderbuik en intuïtie boven verstand en ideeën. Niet alleen intellectuele exercities en conceptuele plaatsbepalingen maar vooral een ervaring met een directheid die je bij het kijken raakt in je onderbuik en niet direct in je hersenen.’

We stelden eerder dat we zintuiglijkheid, Z2, vooral in de kunst vinden, in de esthetiek. Maar dat is dan vooral de ervaring van zintuiglijkheid, het effect dat kunst heeft op de beschouwer. In het museum, concertzaal of theater kunnen we ons trainen in deze zintuiglijkheid. Uit het verhaal van Hester Alberdingk Thijm blijkt het kunstenaars zelf vooral om de zinnelijkheid te gaan.  

Die zinnelijkheid tref je hier, op de Amsterdamse Zuidas, weinig aan?

‘Niet. Wij zitten hier in een compleet feitelijke, rationele wereld, in een stedelijke omgeving, tussen cementen kolossen, waar de binnenwereld draait om geld verdienen. Komt geen zinnelijkheid aan te pas.

Ik wil bij AkzoNobel de zinnelijke buitenwereld  binnenhalen, en op die manier vrijheid creëren. Dat blijkt ook zo te werken. Hier, ook aan de straatkant, naast het werk van Andriesse, staat een installatie van Aisling Hedgecock. Het is groot, zo’n drie meter hoog, en het bestaat uit ontelbaar veel miniscule gekleurde bolletjes piepschuim. Het mooie van het werk is dat het, hoewel geheel opgebouwd uit polyester, natuurlijk oogt, als een grillig groeiend koraalrif.

Toen Hedgecock het hier aan het opbouwen was, raakte ze erover aan de praat met Ton Büchner, bestuursvoorzitter van AkzoNobel. Er ontstond een geanimeerd gesprek over de innovatieve en technische aspecten van het werk, aanvankelijk tussen kunstenaar en CEO. Maar er gingen steeds meer mensen aan het gesprek deelnemen, niemand leek zich geremd te voelen door de aanwezigheid van de hoogste baas. Voor mij was dit een fantastisch moment, het toont de democratische en bevrijdende kracht van kunst.’

Dat gebeurde tijdens de inrichting van deze ruimte, toen de kunstenaar aanwezig was, maar gebeurt het ook in de dagelijkse praktijk?

‘Ik hoorde laatst een werknemer zeggen: “Mijn dochter was nog nooit op mijn werk geweest, maar nu komt ze me bijna dagelijks ophalen, omdat ze de kunstwerken hier zo geweldig vindt.”’

En tussen de werknemers onderling?

‘Het is nu elf uur, het is nog vrij rustig. Je moet straks om twaalf uur, als iedereen komt lunchen maar eens rondvragen.’

Wat zie jij, hoe deze ruimte werkt?

‘De uitkomsten van het onderzoek van Craig Knight bevestigen wat wij zien. Het is mij al een paar keer opgevallen dat de ruimte werkt als een bliksemafleider. Of zoals Nietzsche zei: “We hebben kunst om niet aan de waarheid te sterven.” Een tijdje geleden vroeg ik iemand, die zich had teruggetrokken in hoekje van deze ruimte, waarom ze daar was gaan zitten. “Ik had net zo’n beroerd gesprek”, vertelde zij, “daarna zit ik toch liever even hier, dan boven.” Bliksem geleidt. Je zou kunnen zeggen, dat kunst soms ook negativiteit geleidt.’

Terwijl kunst, zo luidt het adagium, moet verontrusten.

‘Ik vraag me af of een bedrijfscollectie dit moet bewerkstelligen. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen, dat wij hier geen sterk verontrustende choquerende kunst hebben opgehangen.’

Waarom niet?

‘Kijk, dit is een werk van Shirin Neshat, een Iraans–Amerikaanse kunstenaar, met een islamitische achtergrond, die veel werkt met gekalligrafeerde fotografie. Op haar zeventiende verliet zij haar geboorteland. Toen zij terugkwam, had het land door de Iraanse revolutie van Ayatollah Khomenei een gedaantewisseling ondergaan. Die verandering, en vooral de positie van vrouwen, is haar thema. Hier heeft zij dichtregels in het oog gekalligrafeerd. Zij verkondigt geen letterlijke boodschap maar ziet kunst als een oog, een lens, als reflectie op de wereld. Wij hebben een ander sterk werk van haar in de collectie, waarin zij zichzelf heeft geportretteerd als gesluierde vrouw met een loop van een geweer voor haar gezicht. Dat hebben we in de jaren negentig gekocht, maar sindsdien zijn de opvattingen over de islam zo verhard dat ik het nu hier niet wil laten zien.’

Je hebt toch nog geen antwoord gegeven op de vraag: waarom niet?

‘We zijn hier toch in een bedrijfsomgeving waar islamitische medewerkers zich op een verkeerde manier aangesproken kunnen voelen.’

“Kunst opent deuren die in een werkomgeving vaak gesloten blijven”

Kunst moet vooral plezieren? Kleur aan de wand.

‘Een beetje als decor? Dat denk ik toch niet. Als kunst alleen dient als illustratie verveelt het snel. Het is wel zo dat deze tentoonstelling, die we maakten toen het gebouw geopend werd, aansluit bij de aard van het bedrijf. Dat heeft te maken met de context. AkzoNobel is de grootste kleurenfabrikant ter wereld. Het is niet gek, dat het hier getoonde werk veel onderzoek doet naar kleurgebruik.

Voor een coatingbedrijf is duurzaamheid nu natuurlijk een belangrijk begrip. AkzoNobel is al vier jaar op rij nummer 1 in sustainability. Ik maak daar geen zaal over. Maar ik sla het thema ook niet over, veel kunst heeft op een of andere manier betrekking op de natuur,  kunstenaars zijn al eeuwen lang met dit onderwerp bezig, stellen ook vragen over klimaatveranderingen en “Planet Possible”. We hebben daarom een van de zalen “Beyond Green” genoemd, die draait om de vraag: wat is natuur en natuurlijk in deze tijd? Directeur duurzaamheid neemt medewerkers, gesprekspartners, klanten graag mee naar dit paviljoen.’

Toch een plaatje bij een praatje.

‘Ik zou het eerder een opstap noemen. Of een omweg. Door het gesprek over het kunstwerk wordt het gesprek over werk makkelijker.

Wij hebben een vilten vloerkleed van Claudy Jongstra. Er hangt ook kunst van haar in ziekenhuizen. In het boek Door het beeld/ Door het woord vertelt zij over de werking ervan: “Een terminaal zieke man vertelde mij dat een doek zijn gevoelsleven opende. De onopgesmukte eerlijkheid van het werk raakt de mensen direct. Het werkt op de zintuigen.” Jongstra noemt dit terecht een belangrijke ervaring: “Als een werk erin slaagt veel van wat wij in de loop van een leven afdichten weer te openen, kan het heimwee oproepen naar vroeger, maar ook troost bieden. Je kunt de doeken dan echt als een schuilplaats beschouwen.”

Kunst neemt barrières weg om te praten. Opent deuren die in een werkomgeving vaak gesloten blijven. Die gesprekken kunnen gaan over ziekte, over heimwee, over duurzaamheid,  over relaties, over de actualiteit. Maar ze gaan allemaal over meer dan dat. Goede kunst geeft zich nooit helemaal.’

“Als een werk erin slaagt veel van wat wij in de loop van een leven afdichten weer te openen, kan het heimwee oproepen naar vroeger, maar ook troost bieden. Je kunt de doeken dan echt als een schuilplaats beschouwen”

Even verderop blijft Alberdingk Thijm weer stilstaan: ‘Neem dit werk. Wat zie jij hier?’ Mooie foto’s. In de zomer help ik op een boerderij in de Dolomieten altijd bij het hooien. Daar doet de sfeer me aan denken. De foto’s hebben ook een zekere nostalgische uitstraling. Het gaat ook over vakmanschap.’Het is werk van de Israëlisch-Nederlandse kunstenaar Yael Bartana. Op haar foto’s staan Palestijnen en Israëliers, en het is onduidelijk wie wie is.’

Waarom doet ze dat?

‘Zo sleutelt ze aan onze stereotyperingen. Wij hebben bij het woord Palestijn onmiddellijk een beeld paraat. Bij een Israëliër ook. Ze wijst ons op die vooroordelen – bewustmaking van vooroordelen kan een belangrijke taal van kunst zijn. De gebroederlijke samenwerking op het land heeft uiteraard in deze context ook een utopische boodschap.

Bartana gaat verder, ze gebruikt bij haar foto’s ook het fotoarchief van de Duitse propagandiste Leni Riefenstahl. Dus ze zet ook vraagtekens bij de nostalgische gevoelens die deze beelden oproepen. Krijg jij een prettig gevoel bij dit rustieke leven? Wat zegt dat? Waar verlang jij naar?’

Verdiepen de werknemers van Akzo-Nobel zich zo in deze werken?  

‘Lang niet allemaal. Dat geeft niet. Ik ben ervan overtuigd dat goede kunst meerduidigheid uitstraalt. Als hier alleen een plaatje zou hangen van toeristen die in hun vakantie aan het hooien zijn, zouden ze snel uitgekeken zijn.’

We lopen verder, komen langs een Andy Warhol. ‘Dit is een van de weinige werken die het bedrijf al had, toen ik hier twintig jaar geleden begon.’

We raken even in gesprek met iemand van de catering, Edgar Riebeek. Of de kunst voor hem belangrijk is, vraagt Hester Alberdingk Thijm. ‘Ja, het heeft mijn universum vergroot. Kijk, dit is een bloemkool, maar zoals die hier in de vitrine ligt, zie je toch een bloemkool zoals je hem nog nooit gezien hebt. En die ananas, en dat stuk kaas.’

De bloemkool, de kaas en de ananas maken deel uit van The Food Chain Project van de Israëlische kunstenaar Itamar Gilboa, die een jaar lang een dagboek bijhield van alles wat hij at of dronk. Van de objecten maakte hij kleine witte sculpturen.

Selma van Ee komt erbij staan. Zij werkt bij de balie. Heeft zij het idee dat deze kunst kan bijdragen aan het plezier dat mensen ervaren tijdens hun werk? ‘Wat ik hoor, is dat in het nieuwe gebouw het leisure-gebeuren en de business mooi samengaan. Mensen komen hier in hun vrije tijd, en lopen dwars door de zakelijke wereld heen. En mensen uit de zakelijke wereld hebben de mogelijkheid even te ontspannen tussen de kunstwerken.’

Het is twaalf uur. ‘Nu wordt het een dierentuin’, zegt Alberdingk Thijm. Ze gaat op een afstandje staan als ik in gesprek raak met Bram Kokke. Hij is enthousiast over de kunstcollectie, maar eigenlijk over het hele nieuwe gebouw. ‘Ik krijg er energie van. Dat heeft deels te maken met hoe het kantoor eruitziet, maar ook met de levendigheid, hier op de begane grond, tussen de kunst.’

Dit betekent niet dat Kokke met zijn broodje even tussen de kunst doorloopt. ‘Dat voelt niet oké. Maar ik zit er wel geregeld met een kop koffie, voor een een-op-eenontmoeting, of om me even te concentreren, voor ik een meeting heb.’ Kokke:  ‘Dit is een sweet spot. Dat is belangrijk, ik ben van digital marketing. Wij hebben eigenlijk alleen een laptop nodig en een goede internetverbinding. Toch weet dit gebouw ons te lokken. Je komt hier in een snelle omgeving met fancy kleuren. Dat is prettig, brainstormachtig, energiek.’

In een snelle omgeving wordt snel geluncht. Voor we het weten, blijven we achter met Hester Alberdingk Thijm en haar team. We raken aan de praat met Augusto Pereira Silva, van oorsprong Portugees. Hij vertelt dat AkzoNobel de afgelopen jaren niet alleen aan een kunstcollectie bouwde  om zoals nu aan het publiek te laten zien in de Essential Art Space, maar ook veel kunst op kamers van medewerkers heeft gehangen.

Pereira Silva: ‘Uitleg is daarbij essentieel. Als ik uitleg wat een werk betekent, kijken mensen er met andere ogen naar. “Wij gaan uw kamer mooi maken”, zeg ik er vaak bij als we een werk komen ophangen. Heel subtiel proberen we de medewerkers in te voeren in de kunst. We hangen bordjes op de muur, en leggen informatie over de kunstenaar ernaast. Als een werk in bruikleen is bij een museum, komt er een bordje op de lege plek op de muur te hangen waarop staat waar het schilderij nu te zien is. Zo kweek je trots; besef dat hier echt goede werken hangen.’

“Ik krijg er energie van. Dat heeft deels te maken met hoe het kantoor eruitziet, maar ook met de levendigheid, hier op de begane grond, tussen de kunst”

Sturen mensen ook wel eens werken weg?

‘Ja, soms al na een half uur. Dan vinden ze het werk te somber.’

Dat kan ik me voorstellen, ik wil ook liever niet somber gestemd raken door wat er aan een wand van mijn kamer hangt.

‘Dat ben ik niet met je eens’, zegt Hester Alberdingk Thijm. ‘Die angst voor somberheid heeft naar mijn idee te maken met die uitspraak van Polman van Unilever in The Washington Post. Hij stelde daar dat maar dertig procent van de mensen met plezier naar het werk komt. De gemoedstoestand waarin men naar het werk komt, is al somber, men is in mineur. De angst voor somberheid is groot. “Ik zit al aan m’n max, ik houd het hier nauwelijks vol.” In zo’n bui willen ze een upper in plaats van een downer.  

Misschien stemt zo’n zogenaamd somber werk wel veel meer tot reflectie dan een vrolijk werk, dat elke dag z’n vrolijkheid van de wand tettert. Daar kun je trouwens ook kierewiet van worden, van te veel vrolijkheid. Ik ben niet bang voor sombere periodes, voor sombere buien of voor sombere werken. Maar in principe is er geen enkel somber makend werk in de collectie, wel werken die stemmen tot nadenken of behalve een zonnige kant ook een schaduwzijde laten zien. Daar zit voor veel mensen ook troost in. Uit het onderzoek van Knight over verrijkte werkplaatsen blijkt somber of vrolijk trouwens ook niet van invloed op de productiviteit.’

Wat wel?

‘Knight onderzocht vier soorten werkplaatsen. De eerste noemde hij lean, kaal, efficiënt, waarin alleen spullen stonden die noodzakelijk zijn om het werk te verrichten. De tweede ruimte was enriched, verrijkt met planten en kunst, die al in de ruimte waren aangebracht. Nog krachtiger was de derde ruimte – empowered. Daarin kon het personeel kunst en planten op een eigen manier in de ruimte plaatsen. Dat kon in de laatste ruimte ook, maar nu hadden de onderzoekers het eigen initiatief van de werknemers ontkracht door de spullen weer op hun oorspronkelijke plek terug te zetten. Vandaar dat Knight deze vierde ruimte disempowered noemde. Uitkomst: in de verrijkte – enriched – omgeving werkten mensen vijftien procent sneller dan in de lean ruimte, de basisruimte. Dit percentage verdubbelde in de empowered ruimte, als mensen hun kamer zelf mochten inrichten. Maar het effect verdween volledig als hen het initiatief ontnomen werd, zoals in de laatst onderzochte – disempowered – ruimte.

In de twaalf jaar dat Knight zich met dit onderzoek bezighoudt, heeft hij nog nooit één aanwijzing gekregen dat een kale, efficiënte ruimte de productiviteit bevorderde. Hoe meer mensen betrokken zijn bij het verrijken van de werkruimte hoe sterker de positieve resultaten.’

Als de eetzaal al bijna leeg is, schuift de bedrijfsarts, Dirk Velthorst, aan. Helpt zo’n nieuw gebouw vol kunst de betrokkenheid van het personeel bij het bedrijf te vergroten? ‘Dat denk ik wel. Dit is een heel visuele omgeving. Van de zintuigen worden hier vooral de ogen bediend, we werken nauwelijks met geuren. Maar de kunst laat je anders naar de ruimte kijken, naar je team, en ook naar jezelf. Daar werkt het hele gebouw aan mee, ook de verlichting. Ik heb soms het idee dat ik in een tekenfilm loop.’

Bedrijfsarts Dirk Velthorst: “Onze werkplek is een innerlijke ruimte geworden. Kunst verrijkt zo’n omgeving.”

Is zo’n gebouw tegenwoordig belangrijk?

‘Ja. Meer nog dan vroeger. Dat komt doordat onze eigen omgeving veel kleiner is geworden. We hebben allemaal open flexruimtes. Vroeger was je eigen plek vaak groter. Iedereen maakte zich de ruimte op zijn manier eigen: foto’s, boeken, koffiekannen, hele kampeeruitrustingen trof je er aan, met scheerlijnen en al. Nu kijken we door het tuurgat van ons scherm de wereld in. Onze werkplek is een innerlijke ruimte geworden. Kunst verrijkt zo’n omgeving.’

En voor Alberdingk Thijm zelf, verrijkt de collectie haar werkplezier?

‘Deze collectie is mijn familie, zoals ze in het Engels zo mooi zeggen: extended family. Maar ik word ook een beetje gegijzeld door deze familie. Ik ken de hele ontstaansgeschiedenis, alle werken afzonderlijk, de kunstenaars, de ateliers, de galeries, eigenlijk alle verhalen die de collectie zo bijzonder maken. Kan ik die wel in de steek laten, ooit? Daar lig ik af en toe wakker van.

Afgezien van die enkele slapeloze nacht, heeft het ook mijn persoonlijke leven enorm verrijkt om deze collectie te mogen opbouwen.  Om te eindigen met René Gude: de zingeving zit ook in de meest letterlijke betekenis van het woord ‘zin’. Ik heb altijd zin om met kunst bezig te zijn, met kunstenaars te praten en mensen goede kunst te geven. Dat te mogen doen heb ik ook altijd beschouwd als een uiterst zinvolle opdracht.’

Zin in werk

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.