We kunnen er helemaal geen week vol werkplezier van maken

Ga jij met stress naar je werk? Dat komt deze week goed uit, want gisteren is ‘de week van de werkstress’ van start gegaan. Via OVAL – brancheorganisatie voor dienstverleners op gebied van vitaliteit, re-integratie en loopbaanbegeleiding – predikt de overheid ‘samen een week vol werkplezier te gaan maken’. Want waar stress op werk zijn intrede doet, is het werkplezier ver te zoeken.

Het woord ‘stress’, als resultaat van fysieke of psychische spanning, werd in de Nederlandse media voor het eerst gebruikt in 1950, in de Laarder Courant. Probeer je een wereld voor te stellen waarin het woord ‘stress’ niet bestaat!

Het Engels kende het woord wel: het Middelengelse ‘destresse’ gaat terug op het Oudfranse ‘estrece’, dat benauwdheid, onderdrukking betekent. En ook wel angst en tegenspoed.

In het Middelnederlands kenden we een woord dat hier sterk op leek: ‘druc’ dat een synoniem was voor ‘angst, kwelling, droefheid.’ Deze betekenissen zetten ‘druk druk druk’ met als gevolg: ‘stréssss!!!’ in een ander daglicht.

Toch wel lekker, die druk? 

Wij zijn stress en druk steeds meer met adrenaline gaan associëren. Toch wel lekker die druk, ga je lekker snel van. Maar wie kijkt naar wat adrenaline doet schrikt: adrenaline komt in grote hoeveelheden vrij in omstandigheden die door het lichaam als bedreigend voor de overleving worden ervaren en daardoor stress veroorzaken. Vaak gaat dit samen met angst. Daar is de middeleeuwse angst weer! De Amerikaanse schrijver en psychotherapeut Richard Carlson noemt stress ‘een sociaal aanvaardbare vorm van geestesziekte’.

Langzamerhand begint onze maatschappij vragen te stellen bij deze sociaal aanvaardbare vorm van geestesziekte. Daar is deze tweede themaweek van de werkstress een voorbeeld van. OVAL stelt: “Meer dan een miljoen mensen loopt jaarlijks het risico op een burn-out. Dat kan duizend-en-een oorzaken hebben en zich manifesteren in evenzoveel symptomen.” Het doel van de week wordt door de overheid als volgt geformuleerd: “We willen zoveel mogelijk werkende Nederlanders laten inzien dat werkstress is te voorkomen. Door te zorgen voor voldoende plezier op de werkvloer, ruimte voor ontwikkeling en/of genoeg uitdagingen binnen je werk.”

Lijkt geen gekke doelstelling. Maar, stress ontstaat juist omdat het plezier verdwenen is. Doordat er géén ruimte is voor ontwikkeling. Wie zich zo’n doel stelt, erkent het probleem niet. Maar wuift het achteloos weg. Dat is teleurstellend en schadelijk voor hen die eronder gebukt gaan.

We hebben er niets op tegen dat de overheid werkgevers oproept tot een gesprek over stress op het werk. Probleem is dat de taal die de overheid aanreikt voor deze dialoog ontoereikend is. Daarmee blijven de ware problemen die schuilgaan achter werkstress van de medewerkers deze themaweek onbesproken.

Edward de Bono – Brits psycholoog, arts, managementauteur en grondlegger van het ‘lateraal denken’ – zei ooit: “Problem finding is just as important as problem solving, but much more difficult and much more rare”. Op diverse geneeskundefaculteiten erkennen ze sinds de eeuwwisseling dat het probleem vinden nog moeilijker is dan het oplossen. Zo is op die faculteiten sinds dat moment met succes het ‘probleem-georiënteerd denken’ geïntroduceerd, dat voor de studenten onder andere in een leukere en betere voorbereiding op de arbeidsmarkt resulteert (blijkt uit het promotieonderzoek van Martin Podges, afgelopen oktober).

Studenten en docenten leren dat kennis niet kan worden overgedragen alsof het een ‘stoffelijke zaak’ is. Zij bouwen kennis op door juist veel aandacht voor de analyse van het probleem te hebben. Zo stellen studenten zichzelf en de docent gaandeweg vragen, waarop direct antwoorden gezocht worden. Ze ordenen en organiseren de kennis al doende en zijn daardoor in staat deze sneller en effectiever toe te passen dan wanneer de kennis in de klassieke ‘rijtjes’ uit het hoofd werd geleerd.

Van deze methode zouden we hier veel kunnen leren. Werkstress is namelijk niet het probleem, het is een uiting van iets anders. En al zeker niet van onvoldoende werkplezier, want ook dat is een resultante van iets anders. Nee, het probleem van medewerkers in deze tijd gaat veelal over zingeving in werk. In juni onderzochten wij hoe het daarmee gesteld staat. Via een artikel in Trouw stelden we onze app, waarmee we zin in je werk kunnen meten, een weekeinde gratis ter beschikking. Bijna 4000 man/vrouw vulden de test in. Daaruit kwam naar voren dat ruim 35 procent in hoge mate gebrek aan energie ervaart; ruim 25 zijn/haar werkomgeving als onaangenaam kwalificeert en nog eens een kleine 20 procent spreekt over tekortkomingen in zijn/haar werkruimte. Bijna tien procent heeft moeite zijn taken onder woorden te brengen, en veertien procent onderschrijft zeer beperkt de doelstellingen van zijn/haar organisatie.

Als je deze cijfers even tot je door laat dringen, heeft het dan zin opgetogen uit te roepen dat we er ‘samen een week vol werkplezier van gaan maken’? Veel zinniger is het deze cijfers serieus te nemen en met leidinggevenden en medewerkers daarover een goed gesprek te voeren. Met elkaar op zoek te gaan naar woorden die hierbij passen. Niet door de beschikbare kennis over stress klakkeloos over te willen dragen, maar juist samen op zoek te gaan naar de ware aard van het probleem. Ons beroep op de werkgevers van Nederland: sta open voor dit gesprek, niet 1 week, maar 52 weken per jaar.

Daan Breederveld is bedrijfsarts bij & Harderwijk& Breederveld; Peter Henk Steenhuis is redacteur filosofie Trouw.

Zin in zorg

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.