We vluchten weg in een vertraagde vlucht

In mei 2017 kwam het lang voorspelde luchthaveninfarct op Schiphol uit. Zowel bij de beveiligingscontroles, de paspoorthokjes, aan de gates als op de landingsbanen was het oponthoud groot. Ook maandag bleef het nog ongemeen druk op de luchthaven. Talloze vluchten waren vertraagd. Natuurlijk, de Kaagbaan lag eruit wegens onderhoud, er was wereldwijd terrorismedreiging, maar de voornaamste reden: we moeten er steeds vaker helemaal uit om tot rust te komen. Even weg. Doodop, dat zijn we.

Dat is ook begrijpelijk. Niemand in mijn omgeving leeft nog volgens hetzelfde werkritme als vijfentwintig jaar geleden. Toen ik bij Trouw in dienst trad, begon mijn werkdag op het moment dat ik bij de Amsterdamse ­Wibautstraat, waar de krant toen nog gevestigd was, met mijn fiets de stoep op stuiterde. De dag eindigde als ik de stoep weer af stuiterde. Nu begint de dag als ik de computer aanzet, thuis, nog voor ik naar welke afspraak dan ook ga. En de dag eindigt als de computer uitgaat, zo tegen tien uur ’s avonds – als dat lukt.

Een goede vriend van mij, internist in een academisch ziekenhuis, hoorde onlangs op spreekuur van een patiënt: ‘Dokter, wat kijkt u toch veel op de computer.’ Hij moest het schoorvoetend toegeven: ‘Toen ik als arts begon, zat ik naast het bed, nu naast de computer.’ En met de invoering van het elektronisch patiëntendossier is het er voor mijn vriend niet beter op geworden. Maar zijn we door de uitbreiding of uitsmering van de werkdagen betere journalisten, artsen, bankiers, onderwijzers geworden? En hebben we meer zin in werk gekregen?

De filosoof Paul van Tongeren hield tijdens de Nacht van de Filosofie 2017 in Nijmegen een verhaal over rust op het werk. Tijdens zijn prachtige lezing verwees Van ­Tongeren een aantal keer naar de Duitse filosoof ­Josef Pieper, die vlak na de Tweede Wereldoorlog het boekje Muse und Kult publiceerde.

Pieper vraagt zich in dat boekje af of wij nog wel weten wat rust oorspronkelijk betekent, of we nog wel weten dat rust het fundament is van onze cultuur. Pieper zet het klassieke begrip van rust af tegen het moderne begrip ervan. Bij de Griekse filosoof Aristoteles vind je nog dat ‘wij werken om rust te hebben’. Maar de Duitse socioloog Max ­Weber (1864–1920) draaide dat vrolijk om: ‘Men werkt niet alleen om te leven, maar men leeft omwille van de arbeid.’ En daarom moet die arbeid zinvol zijn, maar daarom worden we er ook zo moe van dat we steeds vaker even echt weg moeten.

Van Tongeren vroeg zich af of de rust die we zoeken door niet te werken, door even helemaal weg te zijn, zo niet een negatief voorteken krijgt. ‘Want als de rust die we zoeken door weg te gaan iets positiefs is, is de onrust van het werk zijn negatieve tegenpool.’ Sterker nog, het wordt een soort dubbele ontkenning: rust versus onrust, ‘even weg zijn’ versus thuis aan het werk zijn. Door zo te denken, ontnemen we het werk zijn zin. Je kunt beter wegwezen, dan nog liever de rijen van Schiphol.

Is hier een oplossing voor? Van Tongeren was zeer terughoudend, op dit punt aangekomen bestond zijn powerpoint vooral uit puntjes. ‘Van mij krijgt u geen pasklaar antwoord. Maar als we kunnen komen tot een positieve interpretatie van rust, dan moet dat een rust zijn die niet wegvlucht van het leven, maar een rust die de werkelijkheid affirmeert, bevestigt. Goede rust is dan “aanwezigheid”, verkeerde rust is “afwezigheid”, wegvluchten in vermaak, in zogenaamde vakantieparadijzen etc. Rust vinden we alleen door aandachtig aanwezig te zijn bij dat wat we doen.’

Die rust is te vinden. Maar zij vereist meer discipline dan ordelijk en vriendelijk wachten op uw vertraagde vlucht op Schiphol. Dat betekent niet: teruggaan naar het werk hoe het vijfentwintig jaar geleden was. Het betekent wel: je afvragen wat de kern van je werk is, en daartoe terugkeren. Voor de arts: wég bij computer. Voor de journalist: náár de computer, maar laat je tijdens het tikken niet afleiden door mail of app – ik heb er tijdens het tikken van dit stukje toch weer vier beantwoord; zet ‘m toch uit, die mailbox!

Elk beroep heeft een kern. Je afvragen wat die kern is en waarom we er telkens weer van wegvluchten, lijkt me zinniger dan de vlucht zelf. Want die mag op Schiphol dezer dagen dan vertraagd zijn, uiteindelijk is een vlucht altijd een teken van haast en onrust.

Digitale Leiband, Z3 Zinrijk

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.