Wendbaarheid

Agile lijkt meer dan een spectaculair groeiende projectmanagementmethode te zijn, het lijkt zelfs een religie te worden. De vergelijking is mij aangereikt door projectmanager Peter van Aarden als één van de verzamelde gespreksthema’s voor de netwerkbijeenkomst van IPMA-B gecertificeerde projectmanagers in Vianen. De mogelijke overeenkomst tussen Agile en religie brengt mij op het thema van mijn inleiding voor die avond.

Agile is een moderne manier van werken in projecten die zich afzet tegen, zoals de bedenkers ervan het zelf noemen, traditionele werkvormen waaronder de watervalmethode. De watervalmethode is een algemeen toegepaste en erkende aanpak, die verloopt volgens een vast aantal vooraf gedefinieerde projectstappen, ook wel fasen genoemd. Op papier ziet de planning van een op deze manier uitgevoerd project er uit als een terrassenwaterval. Je daalt als het ware steeds verder af om uiteindelijk bij het eindresultaat uit te komen.

Traditionele methoden worden door Agile-volgelingen als bureaucratisch, star en bekrompen afgedaan. Met dit afzetten tegen andere, foute methoden vertoont Agile overeenkomsten met sommige religies die zichzelf superieur wanen ten opzichte van anderen. Het doet mij denken aan de manier waarop protestanten in Nederland zich wilden bevrijden van het Katholieke juk. Met als hoogtepunt, of dieptepunt zo u wilt, de beeldenstorm. Een storm die woedde in 1566 en waarvan de nasleep nog in 2017 te zien was in het Noordbrabantmuseum. De expositie ‘Verspijkerd en Verzaagd’ (Engelse titel ‘Reinventing Jesus’)  liet je ervaren wat er gebeurt als je heilige beelden in stukken zaagt, met spijkers doorboort of met pek overgiet.

Tijdens het bezoek aan de expositie heb ik lang stilgestaan bij een doorspijkerde replica van de Pietà van Michelangelo. Wat gebeurt er? De goddelijke moederliefde, troost en kwetsbaarheid die het beeld uitstraalt komt nog krachtiger naar voren. Het doorspijkeren vernietigt de boodschap niet, maar versterkt deze juist.

Weer thuisgekomen heb ik dit nieuwe inzicht, gewapend met hamer en zaag, losgelaten op twee kloeke standaardwerken uit de projectmanagementwereld, PMBOK en Prince2. De restanten heb ik zorgvuldig in een oude wijnkist vastgenageld. Ook nu zie ik met deze behandeling de achterliggende boodschap versterkt. De methoden reduceren het werken in projecten tot een aanpak binnen strakke kaders en beloven succes als je je daar precies aan houdt. Ze timmeren je vast, kaderen je in.

Dat wil Agile dus niet. Dat streeft juist naar wendbaarheid, creativiteit en ruimte in projecten. Naar aandacht voor mensen en hun onderlinge interactie boven processen en tools, naar werkende software boven allesomvattende documentatie, naar samenwerking met de klant boven contract onderhandelingen, naar inspelen op de verandering boven het volgen van een plan. Aldus het Agile Manifesto. Daar kan ik me goed in vinden.

Maar wat schetst mijn verbazing als ik zie dat de uitwerking van dit waardevolle gedachtegoed in de praktijk zich ontwikkelt op de manier waarop het ook de traditionele methodes is vergaan. Het éne na het andere Agile voorschrift ziet het licht: Kanban, Scrum, DSDM, XP, ASD, FDD. Stuk voor stuk nieuwe methoden die, net als alle bestaande methoden, succes beloven bij de zorgvuldige toepassing ervan. Daarmee onderscheidt de Agile-stroming zich op geen enkele manier van al bestaande methoden en technieken.

Ik denk dat de oorzaak ligt in een even menselijke als paradoxale behoefte aan grip. Grip op vrijheid, creativiteit en wendbaarheid in projecten. Verschijnselen die zijn als stromend water. Echt vastpakken kan niet. Hooguit inbedden, kanaliseren, indammen. Dat weten wij Nederlanders als geen ander.

Pas als we durven te onderkennen dat de belofte van houvast door projectmanagementmethoden utopisch is, ontstaat er ruimte voor creativiteit en flexibiliteit. Want niet methoden zijn flexibel, maar mensen. Mensen die het lef hebben zaken open te gooien als het moeilijk wordt. Mensen die zichzelf en anderen in beweging kunnen krijgen en zo het project vaart en voortgang bieden. Mensen die hun vak verstaan, die zich bezinnen op hun werk. Die zelf kunnen nadenken over wat hen te doen staat en dat ook onder woorden kunnen brengen. Voormalig Denker des Vaderlands René Gude ziet dit als één van de vormen van ambachtelijke zingeving.

Een treffend voorbeeld hiervan vind ik in ‘Zit je vast? Maak het complexer!’. Een boek geschreven door Hans Bil en Geert Teisman over de verwikkelingen rond de verbouwing van Stationsplein Oost in Utrecht. Daarin laten ze Marc Unger, vanuit Prorail betrokken bij het project, aan het woord over de taak van een agile projectmanager: ‘Hij is meester in het ontwarren van ingewikkelde knopen, die niet per se op inhoud, stakeholders of belangen zitten, maar een combinatie van allemaal’.

Als dat Agile is, dan ben ik een volgeling.

Z3 Zinrijk

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.