Wij zijn gejaagd maar gelukkig

Gejaagdheid speelt een vooraanstaande rol in het advies dat de Sociaal Economische Raad onlangs aanbood aan minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Die gejaagdheid, stelt de Raad, wordt veroorzaakt door de toegenomen flexibiliteit van werknemers, doordat werk en vrije tijd steeds meer door elkaar heen lopen, en door een combinatie van taken als werk en mantelzorg. Hoogopgeleiden voelen zich het meest opgejaagd; zij voeren de Ars Combinatoria dan ook het verst door.

Oorspronkelijk heeft het woord ‘flexibiliteit’ te maken met een eigenschap van takken, schrijft de socioloog ­Richard Sennett in zijn boek De flexibele mens. Om tot de kern van flexibiliteit door te dringen, gaat Sennett terug tot de vijftiende eeuw. Sennett: ‘Flexibiliteit duidt op het vermogen van de boom mee te geven en terug te veren, zodat de vorm zowel beproefd wordt als zich herstelt.’

Sennett laat zien dat flexibilisering wel leidt tot ontregeling, maar niet per se tot vrijheid. Zijn gelijk bleek begin dit jaar uit het rapport ‘Lekker vrij’, dat het Sociaal en Cultureel Planbureau publiceerde. Daaruit kwam naar voren dat vooral vrouwen tegenwoordig last hebben zich nog te ontspannen. Zij blijven altijd ‘aan’ staan.

Om de combinatie van werk en privé te scheiden, nam men in Frankrijk in mei 2016 vergaande maatregelen: er werd een wet goedgekeurd die het bedrijven met meer dan vijftig werknemers verbiedt om e-mails te versturen buiten de werkuren. Bedrijven werden verplicht een tijdslot vast te stellen waarbinnen werknemers hun mail niet kunnen checken. Zo is de maatregel uitvoerbaar.

Het idee dat wij werk en privé niet meer kunnen scheiden, wijst op een zingevingsprobleem, in de derde betekenis die filosoof René Gude aan dat woord geeft: het zinrijke, de definiëring en mogelijke herdefiniëring van werk.

Is het aan Vadertje Staat om zulke zingevingsproblemen op te lossen? Is het niet eerder de taak van de werkgever en de werknemer om hier samen geschikte maatregelen te nemen? In overleg. De een vindt het heerlijk om werk en privé door elkaar te laten lopen, omdat zij nu haar dochter naar voetbaltraining kan brengen op vrijdag, en neemt de extra mail op zaterdagochtend op de koop toe. De ander heeft hier meer moeite mee, hij heeft wellicht behoefte aan een rigoureuze maatregel.

Dat overleg tussen werkgever en werknemer blijkt er al te zijn. Er worden tal van alternatieve maatregelen genomen om werk en privé te scheiden. Bij Volkswagen kunnen alleen managers en bestuursleden na kwart over zes nog bedrijfsmails versturen. BMW ontwierp een Mobile Working-programma, waarbij een recht op onbereikbaarheid is opgenomen. Het resultaat: 72 procent van de werknemers bleek een betere balans te hebben gevonden tussen werk en privé.

Sennett vroeg zich af: ‘Kan men mensen eindeloos dwingen zich te buigen? Kan de regering mensen iets meegeven van de buigzame kracht van een boom, zodat individuen niet breken onder de kracht van veranderingen?’ Nee. Daarom spreken we in Nederland sinds 2011 over wederkerige flexibiliteit tussen werkgevers en werknemers: als een werknemer van een werkgever flexibiliteit vraagt, kan hij die vraag omgekeerd ook verwachten. Niet alleen de werknemer buigt als een tak van een boom, hetzelfde geldt voor de werkgever.

Daar is vast nog van alles op af te dingen, maar uit het advies dat de SER in november 2016 aan minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aanbood, blijkt dat het streven om tot maatwerkafspraken te komen redelijk werkt. De kampioenen van de Ars Combinatoria, de hoogopgeleiden, voelen zich dan weliswaar opgejaagd, maar zij lijden niet vaker aan een burn-out dan lager opgeleiden. Sterker nog: er zijn fikse verschillen in de kwaliteit van leven tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden. Van de laagopgeleiden geeft maar 39 procent aan tevreden te zijn met zijn leven, terwijl bij de hoogopgeleiden rond de 70 procent tevreden is.

Gejaagd maar gelukkig, dat is de status van de flexibele mens in 2016.

Digitale Leiband

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.