Winkelier

Ineke Schrama; ‘Spelt was het goedkoopst, maar niemand die het at’

“‘Zijn er al haverkoeken?’ Donderdagochtend, iets over half tien. We zijn net open. ‘Nee, ze moeten nog in de oven’, zeg ik.

‘Kom ik zo terug.’

Ik begin ’s ochtends om zeven uur met het bakken van het brood. De haverkoeken kunnen best klaar zijn. Daar zorgde ik vroeger ook voor. Maar toen wilden de klanten ze niet, ze dachten dat ze van gisteren waren.

De spullen die ik in mijn winkel verkoop, eet ik al dertig jaar. Mijn ouders hadden een biologisch piepwinkeltje van vier vierkante meter in Wormerveer. Echt zo’n geitenwollensokkenwinkeltje. Spelt en quinoa was toen het goedkoopste wat je kon krijgen. Niemand wilde het hebben. Nu is het niet aan te slepen vanwege de goede voedingsstoffen die erin zitten. Wij aten het vaak. Mijn moeder kookte ’s middags een speltpap, deed er een theedoek omheen, en ’s avonds was het nog warm.

Tien jaar geleden zijn mijn ouders hier in Amsterdam begonnen, heel klein, maar met de voorraadbakken aan de wand. In honderd tapsilo’s hebben we granen, rijst, kruiden, rawfood, nootjes, zaden, gedroogde vruchten. Gisteren is de bulkvoorraad weer binnen gekomen, nu ben ik aan het bijvullen.

Ik heb de winkel een paar jaar geleden overgenomen. Een tijd lang deed ik het samen met mijn man. We houden veel van elkaar maar twee kapiteins op een schip werkte niet. ‘Ga jij maar weer wat anders doen’, zei ik. ‘Als ik je nodig heb, hoor je het wel.’

Ik ben zo’n honderd uur in de week in de winkel. Op zaterdag ben ik hier om zes uur. Twaalf uur later ga ik dicht, en ben ik tot een uur of negen aan het opruimen, zodat ik zondag wat minder hoef te doen. Als ik een enkele keer op zondag thuisblijf, voelt dat niet goed. Ik wil schoonmaken, opruimen, voorraden bijhouden, bestellingen doen.

Nu de voorraad is bijgevuld, ga ik de muesli mixen. Die maak ik elke dag vers. In een grote bak gooi ik havervlokken, rijstvlokken, speltvlokken. Dan gerstevlokken, rozijnen, amandelen. Even kijken, waar staan de hazelnoten? En ten slotte rogge. Dit is de gewone muesli. Ik doe het in een zak, knoop hem dicht, en meng het. Klaar.

Verderop zit een supermarkt. Vorige week stapte er een klant binnen met een plastic tas vol cola. Ze kocht een paar onbespoten citroenen om door de cola te raspen. Ik raakte met haar aan de praat over gifstoffen die in niet-biologische citroenen en sinaasappelen zitten. En over de bijwerkingen van suiker. Ze kocht toen ook wat met ahornsiroop gezoete koekjes. Een dag later kwam ze terug. ‘Het was heerlijk’, zei ze. ‘De familie heeft genoten.’ Ben ik helemaal blij.

Na de gewone muesli maak ik de supermuesli. Daar doe ik extra noten, rozijnen, amandelstukjes en lijnzaad in.

Kijk, daar is de man van de haverkoeken weer. ‘Ze zijn klaar hoor. Ik kom bij u.'”

Dienstverlening

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.