Zingeving is de essentie van wat wij doen


Gesprek met Moniek Merkx, artistiek directeur bij het Maas theater en dans

Om zin te houden in het leven moeten we aan humeurmanagement doen. Dat is dagelijkse arbeid, want zin komt in onze tijd voor velen van ons niet meer van boven, die moeten we zelf maken. Gelukkig hebben we volgens René Gude al sinds de oudheid civilisatietechnieken of trainingsprogramma’s die ons hierbij kunnen helpen: sport, religie, filosofie, en kunst.

Als Gude over kunst sprak, noemde hij graag het klassieke theater. Dat had en heeft volgens hem nadrukkelijk tot doel de meest heftige emoties en de uiterste consequenties van menselijke gedragingen te tonen aan het publiek. ‘Het bijwonen van theatervoorstellingen bood (en biedt) de toeschouwer middelen tot zelfinstructie in plaats van zelfdestructie door ongebreidelde passie. Al was (en is) het maar door catharsis, het draineren van de meest schadelijke emoties – van verlammend verdriet tot bijtende jaloezie of onbeheerste agressie.’[i]

Zou theater kunnen bijdragen tot zelfinstructie bij zingeving?

‘Ongetwijfeld’, zegt Moniek Merkx, artistiek directeur bij het Maas theater en dans. ‘Zingeving is de essentie van wat wij doen. Ik zal zelf het woord “zingeving” niet snel gebruiken. Te vaag. Maar als ik zelf niet geraakt word kan ik geen voorstelling maken.’ 

Merkx maakt zo’n twee voorstellingen per jaar.  Met groepen acteurs en dansers toert ze vervolgens door het land. De voorstellingen van Maas trekken ruim 60.000 bezoekers per jaar, daar komen nog zo’n 40.000 bezoekers aan educatieve projecten bij. ‘Veel van onze stukken gaan over coming of age, volwassenwording. Kinderen worden puber, pubers worden volwassen. Dit is een turbulente tijd die open, nieuwsgierig en kwetsbaar maakt. In zo’n grote verandering is er vaak extra ruimte voor zingeving.’

Een paar jaar geleden trok Maas veel aandacht met de voorstelling Staal, een stuk over zeven jongens  die ‘in de wachtkamer van het echte leven’, geduldig wachten tot het over is, dat groeien. Om tevoorschijn te komen als echte man. Als krachtpatser, grappenmaker, carrièreman, rokkenjager, rebel of misschien gewoon als eeuwige puber.

Merkx: ‘Pubers nemen vaak bewust of onbewust allerlei rollen aan. Op sociale media kun je moeiteloos vijf profielen aanmaken, en in elk profiel andere onderwerpen aanstippen, op een andere manier praten, andere standpunten innemen. Met theater probeer je jezelf uit je eigen keurslijf te denken. Dat kan op allerlei manieren. Voor een bang meisje is het bijvoorbeeld bevrijdend om in de schoenen van een stoer meisje te gaan staan. Of om de mannelijke energie van de boosheid te voelen. Theater kijken en ook zelf spelen is oefenen in associatie, oefenen in niet helemaal samenvallen met hoe je eruitziet of hoe anderen denken dat je bent. Theater is belangrijk, omdat het jou de mogelijkheid biedt iets van jezelf te ontdekken waarvan je het bestaan nog niet kende.’

Je werkt veel voor en met jong publiek, maar valt iets vergelijkbaars te doen met werknemers, managers, werkgevers?

‘Bij een vergadering in ons bedrijf riep ik laatst: “Welke rol zou jij in dit bedrijf willen overnemen?” Bleek dat de zakelijk leider meteen mijn rol wilde. Een jonge vrouw zei: “Ik wil wel zakelijk directeur zijn.” Interessant natuurlijk. Zelf zou ik graag een tijdje bij het secretariaat werken, echt bij de deur zitten, kijken, wachten, bezoekers groeten. Eén taak uitvoeren, dicht op wat het eerst binnenkomt. Hoe is het als je echt in de schoenen van een ander gaat staan? Je verdiepen in meerdere posities of rollen is zoiets als op reis gaan binnen het leven van een ander.’

Dit gebeurt tijdens een vergadering. Is theater ook zo te gebruiken?

‘Theater kijken geeft natuurlijk ruimte voor andere perspectieven. Maar ook door simpele theaterworkshops te doen kan je mensen zelfinzicht geven. Wij worden gesubsidieerd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Met het hoofd educatie heb ik laatst met OCW leidinggevenden gewerkt, zoals we dat met kinderen doen. Geweldig.’

Wat deed je?

‘We lieten ze bijvoorbeeld op een briefje schrijven hoe ze zichzelf als leider zagen. In een paar woorden. “Visionair”, dat is echt een woord dat leiders van nu graag gebruiken. En “bezielend”, een van hen gebruikte “visionair” en “bezielend” samen. “Oké”, zeiden we. “Dit is de groep, dit is de ruimte waarin jij jezelf als een bezielend leider kunt presenteren. Waar sta jij in de ruimte? Je mag de hele theaterzaal gebruiken.” De man ging helemaal bovenaan op de tribune staan.

We waren verbaasd. Bezieling willen overdragen en dan daar gaan staan? Dat vroegen we hem ook: “Wij, als organisatie zijn hier beneden, en jij als visionair, bezielend leider staat bovenaan op die tribune. Hoe zie je dat?” Daarna vroegen we aan de groep beneden hoe zij tegen deze leider aankijken: “Wij zien een man die letterlijk afstand neemt”, zeiden ze. “Je hebt de outsidersrol gekozen. Wil je dat?”, vroegen we.

Natuurlijk wilde hij dat niet. Hij wilde juist midden in de kring van de anderen staan. We deden het opnieuw en zo gaven we hem terug wat hij fysiek in de ruimte al had ervaren. Zijn lijfelijke aanwezigheid in de ruimte maakte het hem mogelijk na te denken over abstracte begrippen als “visionair” en “bezielend”, zich af te vragen wat hij wilde en hoe hij dat wilde vormgeven.’

“Zijn lijfelijke aanwezigheid in de ruimte maakte het hem mogelijk na te denken over abstracte begrippen als visionair en bezielend”

De bezielende, visionaire leider over wie  Moniek Merkx vertelt, leert dankzij een fysieke ervaring na te denken over zijn doelen in de onderneming. Hier lijkt me veel bij betrokken van wat Gude zingeving noemde. Ten eerste het lijfelijke, het zinnelijke, Z1, doordat hij zichzelf in de ruimte moest plaatsen. Maar Merkx liet hem ook benoemen wat zijn rol was, dat hoort meer bij het zinrijke, het woorden vinden voor je vak, Z3. Maar het ging de man ook om het doel – bezieling willen overdragen – wat voor Gude onder het zinvolle valt, Z4.

Je praat erover alsof dit appeltje-eitje is.

‘Ja, jezelf in de ruimte plaatsen, je lichaam ten opzichte van de ander plaatsen en daar een betekenis aan geven, vormgeven van emoties – dat is de basis van theater.’

Theater lijkt voor jou iets fysieks, eerder iets zinnelijks dan iets zintuiglijks.

‘Schoonheid zit voor mij vooral in de manier waarop die acteurs spelen. Schoonheid verbind je vaak met de reuk, het oor, het oog – de zintuigen. Voor mijn vak is het intuïtieve en niet het intellectuele dominant. Het belangrijkste daarbij zijn de lichamen, hoe die ten opzichte van elkaar bewegen, de taal van het beeld. De associaties die je hebt bij muziek. En schoonheid zit vaak in de vraag hoe echt, hoe oprecht we durven zijn. Een lichaam liegt niet.

Maar het lijfelijke is bedreigend, omdat het onmiddellijk met seks verbonden wordt. Het is maar beter om alles netjes en logisch in het hoofd te houden. Terwijl mindfulness bijvoorbeeld ook gaat over je armen en je benen voelen. Proberen in het nu te zijn. Bij spelen is actueel reageren essentieel en daarbij moet je je hoofd en je lijf verbonden houden. Gewoon ook je voeten op de vloer voelen staan.’

“Bij spelen is actueel reageren essentieel en daarbij moet je je hoofd en je lijf verbonden houden. Gewoon ook je voeten op de vloer voelen staan”

We kunnen hier bij het gesprek over zingeving in bedrijven veel van leren. Telkens opnieuw benadrukt Merkx dat het fysieke, het lijfelijke de basis is. Dat noemt Gude Z1, het zinnelijke. Hij noemde dat ook wel het lekkere, het lustvolle. Gude: ‘Het Lustvolle is fundamenteel, in de letterlijke betekenis. Alle projecten beginnen bij de lustgevoelens van de deelnemers of lopen stuk op onlustgevoelens. Lust is de vitale bron, zonder trek gebeurt er niets. Als we planten waren zou ik zeggen: Lust is de stuwende kracht die vanuit de wortels de ware, schone en goede bloemenpracht van vitaliteit voorziet.’[ii] Maar als ik ‘lust’ of ‘het lekkere’ gebruik in gesprekken over zingeving, merk ik dat die termen opgetrokken wenkbrauwen veroorzaken. Lector HRM Annet de Lange zegt hier in haar gesprek over: ‘Voor HRM zijn dat echter moeilijke begrippen, wij zijn eerder geneigd te spreken over fitheid, vitaliteit, mindfulness.’ Het fysieke blijkt taboe in het bedrijfsleven. Als men taken of doelen omschrijft, doet men dat vooral met woorden. En blijft vervolgens steken in abstracte termen. Hier kan kunst, bijvoorbeeld toneel, behulpzaam zijn. Gude noemde kunst een gedisciplineerde oefening van het voorstellingsvermogen, het vermogen om voorstellingen te maken van bestaande en niet-bestaande standen van zaken, zonder er meteen een morele of cognitieve oproep bij te plaatsen. Op het toneel kun je het lijfelijke, lekkere, fysieke, zinnelijke, Z1, ter sprake brengen zonder onmiddellijk in de taboesfeer te belanden. Op deze manier kan de kunst er zelfs aan bijdragen het bedrijfsleven te doen inzien dat het zinnelijke, Z1, een van de belangrijkste aspecten van zingeving is.

Werkt zo’n rollenspel ook voor jou?

‘Ja, ik las eens over een soort hoedenspel met kleuren. Ik kan goed in kleuren denken. Ik ben optimistisch, pak alles aan, zeg tegen elke opdracht in principe ja. Dat is dan bijvoorbeeld de rode hoed: actief en sturend. Maar daarmee jaag ik mijn eigen organisatie soms over de kling. Ik kan mij aanwennen af en toe ook een zwarte hoed op te zetten. Doe ik dat, dan zie ik meer de risico’s, ben ik voorzichtig, waarschuwend. Je neemt een andere positie in het gesprek in, dat kan je kiezen. Van zo’n zwarte hoed word ik overigens onmiddellijk somber.’

Zulke rollenspellen worden in het bedrijfsleven ook wel gedaan. Een ochtendje op de hei. Genoeg?

‘Een ochtendje is kort. Letterlijk een paar dagen achter een ander bureau plaatsnemen geeft fysieke concrete ervaringen. Dat beklijft natuurlijk meer. Je in de rol van de ander verplaatsen, vraagt niet alleen nieuwsgierigheid maar ook veel tijd en focus. Iets bedenken is echt iets anders dan het doen.’

Wat zou dat kunnen opleveren?

‘Als mensen geen zin meer hebben in hun werk, noemen ze vaak gebrek aan waardering als oorzaak. Bij ons speelt dat bijvoorbeeld bij de ondersteunende afdelingen. Zij doen zwaar, onzichtbaar, maar o zo onmisbaar werk. Toch komen zij niet in de krant. De acteurs wel. Zo’n rollenspel helpt de zichtbaarheid vergroten.

Als acteurs zich twee dagen zouden verdiepen in de rol van boekhouder, en dan ook te weten komen wat zo iemand betekent voor het functioneren en voortbestaan van ons bedrijf, de waardering voor dat vak enorm toeneemt, en het plezier dat de boekhouder in zijn werk ervaart ook.’

“Als mensen geen zin meer hebben in hun werk, noemen ze vaak gebrek aan waardering als oorzaak. Bij ons speelt dat bij de ondersteunende afdelingen. Zij doen zwaar, onzichtbaar, maar o zo onmisbaar werk.”

Zou er een theatrale manier te bedenken zijn waarmee bedrijven aan de gang kunnen om dit structureel te gaan doen, waardoor zijzelf beter leren zien wat ze willen, kunnen? Maar dit ook van anderen leren? Met als resultaat dat werknemers zich meer gewaardeerd weten? Hoe kunnen we theater meer als trainingsgebied inzetten voor het leven, meer specifiek voor het werk?

‘Ik doe nu een project over empathie. De acteurs trekken bijvoorbeeld een aantal uur in tweetallen continu met elkaar op, interviewen elkaar, onderzoeken elkaars Facebookpagina’s, maken filmpjes van wat hen interesseert, etc. Hier komen ontroerende dingen uit. We doen ook eenvoudige groepsoefeningen om te kijken of je zonder leider toch een groep in beweging kan krijgen. Ik bedacht bijvoorbeeld een “Wij-wandeling”; dit is een wandeling zonder leider, in stilte, met zorg voor elkaar en de groep, precies een uur door de stad lopen met tien mensen. Die opdracht werkte fantastisch. De acteurs raakten nauwkeurig afgestemd, werden een hechte groep. Met organisaties lijkt dat misschien moeilijker, maar zo zwijgend iets ondernemen geeft totaal andere informatie dan het zoveelste gesprek.

“Er zijn zo veel theatrale ideeën te bedenken waardoor je, met focus op empathie, echt gaat snappen dat een bedrijf mensenwerk is”

Je kan je bedrijf misschien als een complex persoon of bewegend organisme zien. Dat beeld wekt mijn nieuwsgierigheid. Afhankelijk van wat je onder de aandacht wilt brengen kan je zo met rollenspelen, speciale interviewtechnieken of fysieke groepsoefeningen spelenderwijs veel inzicht krijgen.

Van bureaus wisselen, een opdracht samen uitvoeren zonder te praten, werknemers een dag met een camera op hun hoofd laten lopen zodat ze aan hand daarvan kunnen vertellen wat ze doen. Er zijn zoveel theatrale ideeën te bedenken waardoor je, met focus op empathie, echt gaat snappen dat een bedrijf mensenwerk is.’


[i] Trouw, 12 maart 2015.

[ii] Gude, R. & Steenhuis P.H. (2015) Door het woord/Door het beeld, p. 368.

Z2 Zintuiglijk, Zin in werk

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.